• darkblurbg

Ons pedagogische beleidsplan

In PDF printversie

 

Inhoud

 

  1. Inleiding. 1
  2. Visie. 3
  3. Vier pedagogische opvoedingsdoelen uit de Wet Kinderopvang. 4

3.1  Het bieden van emotionele veiligheid. 5

3.2 Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van persoonlijke competenties. 5

3.3 Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van de sociale competenties. 6

3.4 kinderen gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van de morele competentie, de overdracht van normen en waarden, de cultuur van een samenleving eigen te maken. 7

  1. Algemeen. 8

4.1 Kind-Leidster-Ratio (BKR). 8

4.2  Personeel en stagiaires. 9

4.2.1  Stagebeleid Kinderopvang HIP.. 10

4.3 Vier ogen principe. 12

4.4 Achterwacht 13

4.5 Invalkracht 14

4.6 3 uurs regeling. 14

4.7 Personeelsbeleid. 15

4.8 Mentorschap en observatie ontwikkeling van het kind. 16

5 Het pedagogisch handelen in de praktijk. 18

5.1 Dagindeling. 18

5.2 Dagindeling KDV.. 18

5.3 Dagindeling BSO.. 19

5.4  Kennismaking en eerste periode bij Kinderopvang Hip. 21

5.5 Afscheid nemen. 22

5.6 Voortgangsgesprek (na 3 maanden). 22

5.7 Het werken met thema's. 23

5.8 Verjaardagen. 23

5.9  De binnen- en buitenruimtes. 24

5.10 Buiten spelen BSO en afsprakenformulier. 25

5.11 Uitstapjes. 25

5.12 Slapen. 26

5.13 Eten en drinken. 26

5.14 Borstvoeding en flesvoeding. 28

5.15 Zindelijkheid en toiletgebruik. 28

5.16 Verschoning. 29

5.17 Verdriet en troosten. 29

5.18 Huisregels. 30

5.19 Open deuren beleid. 30

5.20 Stamgroepen kinderen. 30

5.21 Incidenteel samenvoegen/verlaten van stamgroepen. 31

  1. Hygiëne en gezondheid. 31

6.1 Veilig spelen. 32

  1. Gezondheid en veiligheidsbeleid. 32
  2. Ziekte. 33
  3. Huishoudelijk werkplan. 34
  4. Signaleren van afwijkend gedrag. 34

10.1 Welbevinden. 36

10.2 Overleggen binnen Kinderopvang Hip /Kindbespreking. 36

10.3 Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. 37

10.5 Aandachtsfunctionaris Kindermishandeling en huiselijk geweld.. 40

11.1 Ruilen van dagdelen. 41

  1. Corrigeren en belonen. 41
  2. Inspraak van kinderen. 42
  3. Oudercommissie. 43

Wat is een oudercommissie?. 43

  1. Klachten en geschillen. 44
  2. Inspectierapporten. 44
  3. Privacy. 44

 

1. Inleiding

In dit hoofdstuk zal ik kort vertellen over mijn achtergrond en de reden van het opstarten van Kinderopvang HIP. Vroeger schreef ik in ieder vriendenboekje dat ik graag "kinderjuf" wilde worden. Begon al vroeg met oppassen, maar organiseerde ook leuke playbackshows voor de kinderen in de buurt. Het was wel duidelijk dat ik dol was op de kinderen om mij heen. Het was dan ook niet moeilijk om een keus qua opleiding te maken. Dolgelukkig was ik toen het moment daar was dat ik een diploma op zak had waarmee ik een werkplek in de kinderopvang kon bemachtigen. Na heel veel plezierige jaren begon er toch iets bij mij te knagen. Ik wilde graag verder werken in de kinderopvang, maar het liefst  een bedrijfje voor mijzelf. Eigen regels bepalen, geen last van bezuinigingen en lekker op pad gaan met de kinderen wanneer ik dat wilde.

Zodoende ben ik in 2005 als gastouder gestart. Ik ving kinderen op in onze eigen woning. M'n man Patrick Velthuis stond hier helemaal achter. Dat moest natuurlijk ook wel, want de kinderen maakten ook deel uit van zijn leven. Kwam hij na een drukke werkdag thuis, dan zat het huis nog vol met kinderen. Bleef hij een dagje ziek thuis, dan kwam hij ook niet helemaal tot rust.

Samen hebben we een super tijd gehad met de kleine kinderen om ons heen.

 

Later kreeg wij ook eigen kinderen en deze konden mooi meelopen met het ritme van de andere kinderen. Dit ging een tijdlang erg goed. Tot het moment daar was en onze oudste dochter moeite had met het delen van mama en het delen van het speelgoed. Hierdoor moesten we een hele moeilijke keuze gaan maken. Iedere ouder kiest op zo'n moment voor zijn/haar eigen gezin. Het enige wat je als ouder wilt is je eigen kinderen gelukkig zien. Is dat niet mogelijk in combinatie met het werk dat je doet, dan is die keuze snel gemaakt.

Dus na 10 jaar gewerkt te hebben als gastouder, stopte het hier voor mij.

 

In 2017 zagen we een heel mooi pand in de Spittaalstraat vrij komen, dit was het moment om onze droom na te leven. Een eigen kinderdagverblijf....een wens die uit is gekomen.

Na flink wat uren klussen en alle beleidsstukken en protocollen opstellen, kwam in februari 2017 de goedkeuring van de GGD, we mochten van start.

Al snel stroomde de aanmeldingen van kinderen binnen en konden we op zoek naar geschikt personeel. Dit is gelukt, wat hebben we een fijn team om ons heen. Wat zijn we trots op datgene wat we met elkaar hebben neergezet.

We hopen nog heel veel plezierige jaren door te brengen met Kinderopvang HIP.

 

Voor u ligt het pedagogisch beleidsplan van kinderopvang HIP. Hierin wordt een duidelijke beschrijving gegeven van onze manier van werken. Om te waarborgen dat alle pedagogisch medewerkers middels dezelfde richtlijnen werken is er bij Kinderopvang HIP een pedagogisch beleidsplan opgesteld. Het pedagogisch beleid van kinderopvang HIP is van toepassing op de kinderopvang. Het is geschreven voor alle bij de opvang betrokken partijen; ouders/verzorgers, pedagogisch medewerkers en overige bedrijven en instellingen (zoals GGD en gemeente).

We streven ernaar een pedagogisch beleid te hebben dat dagelijks gebruikt wordt en dat niet in de kast belandt. Vanuit dit plan geven wij vorm en inhoud aan ons handelen naar kinderen en reflecteren we op individueel en gezamenlijk handelen. Mocht u na het lezen van het pedagogisch beleidsplan vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de leidinggevende.

Met vriendelijke groet,

Martine Velthuis

Leidinggevende/eigenaresse Kinderopvang Hip

2. Visie

 

Kinderopvang HIP is een kinderopvangorganisatie voor kinderen van 0 tot 12 jaar.   We hebben 2 verticale groepen. Per groep vangen we maximaal 12 kinderen op in de leeftijd van 0-12 jaar. Het is alleen mogelijk om kinderen van 4 tot 12 jaar op te vangen tijdens een rustige dag en in de vakantie periode. Dit is dus afhankelijk van de samenstelling en de grootte van de groep. En voordat er een bso kind geplaatst gaat worden, zal dit eerst besproken worden met de leidsters van de groep. Kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar zullen altijd  voorrang krijgen bij een plaatsing.

Daar wij een kleinschalige kinderopvang zijn kunnen wij ieder kind de zorg en aandacht geven die het nodig heeft.

Kinderen maken veel ontwikkelingen door. Daarom is goede begeleiding in deze levensfase erg belangrijk.

Omdat we kinderen in de leeftijd van 0 tot 12 jaar opvangen kunnen er ook broertjes/zusjes in dezelfde groep opgevangen worden. Er zijn kinderen die het ontzettend fijn vinden om na schooltijd samen te kunnen zijn met een jonger broertje of zusje. Er zijn natuurlijk ook grote kinderen die het prettig vinden om de kleintjes te helpen. De kinderopvang is van binnen én buiten zodanig ingericht dat de kinderen maximale ruimte krijgen om op allerlei manieren te bewegen, te spelen en zich te ontwikkelen.

Kinderopvang Hip staat voor kwaliteit. Wij gaan met kinderen om op basis van respect, vertrouwen, begrip en liefde. Ons doel is om kinderen te verzorgen, begeleiden en stimuleren in een omgeving waarin zij zich veilig en vertrouwd voelen. Hierbij kijken we zoveel mogelijk naar het kind als individu met zijn/haar eigen talenten. Op deze manier kunnen kinderen zich volop ontwikkelen en de wereld om zich heen ontdekken.

Bovendien is het de taak van kinderopvang HIP om de kinderen de gelegenheid te geven hun nieuwsgierigheid te prikkelen en te bevredigen. Ieder kind is uniek , en kunnen wij de zorg en aandacht geven die het nodig heeft. 

Wij bieden uw kind verantwoorde kinderopvang. Kinderen die bij ons opgevangen worden kunnen zich emotioneel veilig en geborgen voelen. Wij gaan op een sensitieve en responsieve manier met kinderen om. Wij tonen respect voor de autonomie van het individuele kind, er worden grenzen aangegeven en structuur geboden voor het gedrag van kinderen. De inzet van onze pedagogisch medewerkers draagt bij aan de stabiliteit en daarmee aan de emotionele veiligheid van onze kinderen. De inzet van onze vaste beroepskrachten is onderdeel van het groter geheel binnen onze kinderopvang: emotionele veiligheid en stabiliteit voor het kind!

Ouders kunnen er bij ons op  vertrouwen dat hun kinderen opgevangen worden in een veilige en gezonde omgeving, bij pedagogisch medewerkers met hart voor het kind en die goed zijn opgeleid.

 

 

 

 

3. Vier pedagogische opvoedingsdoelen uit de Wet Kinderopvang

 

De Wet en regelgeving rond kinderopvang noemt al sinds 2005 vier centrale pedagogische doelen die algemeen gedeeld worden. Ook wij werken met deze belangrijke doelen.

 

  • het bieden van emotionele veiligheid
  • gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van de persoonlijke competenties
  • gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van de sociale competenties
  • gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van de morele competenties, de overdracht van normen en waarden, de cultuur van een samenleving eigen maken.

3.1  Het bieden van emotionele veiligheid

 

Het is belangrijk dat de ouders zich prettig en vertrouwd voelen bij de opvang van hun kind.

Daarom zullen wij investeren in een goede relatie tussen de pedagogisch medewerkers en de ouders. Bij de haal- en brengmomenten wordt gebouwd aan een open contact met de ouders, waarin wederzijds vertrouwen centraal staat. Wij vinden het belangrijk om bij elk kind de balans te vinden tussen structuur en regels enerzijds en de eigenheid van het kind met de mogelijkheid om zelf keuzes te maken anderzijds. Onze pedagogisch medewerkers accepteren de kinderen zoals ze zijn en treden ze liefdevol en met respect tegemoet. Alle kinderen worden serieus genomen en gewaardeerd.

Wij vinden elk kind uniek en bijzonder en dat laten onze pedagogisch medewerkers iedere dag merken. Eigen initiatieven van kinderen worden gestimuleerd en bemoedigd. De kinderen mogen eigen keuzes maken en zullen regelmatig worden  uitgenodigd om mee te doen aan activiteiten. Deze uitnodiging is vrijblijvend en stimulerend en sluit aan op de behoefte en belevingswereld van het kind.

 

 

In de groep wordt gezorgd voor een open en ontspannen sfeer.

Onze pedagogisch medewerkers benaderen de kinderen positief.

In het directe contact met de kinderen is er aandacht voor de kinderen door oogcontact en wordt er goed geluisterd naar de kinderen.

De pedagogisch medewerkers verheffen hun stem niet en leggen de kinderen uit waarom ze iets doen, of waarom ze iets van de kinderen verlangen.

Het pedagogisch kader vormt de basis voor de communicatie.

 

Van al onze pedagogisch medewerkers vragen wij dan ook dat zij beschikken over de volgende vaardigheden:

  • Reageren op hetgeen zij bij het kind opmerken (sensitieve responsiviteit)
  • Volgen van het kind en het geven van de kans om de dingen zelf te doen en daarvan te leren (respect voor de autonomie van het kind)
  • Praten, uitleggen en luisteren (de medewerkers helpen de kinderen met het verwoorden van hetgeen zij bedoelen)

 

 

 

3.2 Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van persoonlijke competenties

 

Kinderen leren door te spelen. En dat kan op verschillende manieren.

 

  • KIJK, IK MAG ER ZIJN! De kinderen krijgen bij Kinderopvang Hip vertrouwen in zichzelf en in anderen doordat zij in de groep contact hebben met andere kinderen en de pedagogisch medewerker. Door het omgaan met anderen leert het kind zijn emoties hanteren in relatie tot zichzelf en anderen.

 

  • KIJK, IK VOEL, DENK EN ONTDEK! De verstandelijke ontwikkeling van het kind gaat vooral spelenderwijs. Spelend leren en lerend spelen horen bij elkaar, zowel bij de jonge kinderen als bij de oudere BSO kinderen (4-12 jaar). Door het aanbieden van educatieve activiteiten bij Kinderopvang Hip stimuleren wij de cognitieve ontwikkeling van de kinderen.

 

  • LUISTER, IK KAN HET ZELF ZEGGEN! De kinderen leren om taal en woorden te begrijpen en uiteindelijk ook zelf te gebruiken. Pedagogisch medewerkers stimuleren deze competenties door te verwoorden, te praten en te luisteren, verhalen te vertellen en voor te lezen. Bij de oudere kinderen (4-12 jaar) zal dit gebeuren door gesprekken onderling te stimuleren, gevoelens onder woorden te brengen en goed voorbeeld te geven. Bij Kinderopvang Hip wordt dus expliciete aandacht besteed aan de taalontwikkeling van kinderen.

 

  • KIJK, IK KAN ‘T ZELF, HET LUKT ME! De ontwikkeling van de motoriek gaat over de ontwikkeling van de zintuigen en van het lichaamsbesef. Deze ontwikkeling verloopt in de eerste vier jaar met grote sprongen. Later gaat de ontwikkeling meer geleidelijk. Pedagogisch medewerkers volgen de ontwikkeling van elk kind en bieden steeds passende activiteiten aan.

 

3.3 Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van de sociale competenties

 

Voor het bevorderen van de sociale competentie biedt de groep in de kinderopvang een unieke oefenplek. Wij stimuleren kinderen in het communiceren, delen, samenwerken, helpen en conflicten oplossen. Vanaf anderhalf jaar zijn groepsactiviteiten van belang voor het ontwikkelen van de sociale kwaliteiten/interactie. In deze fase raken kinderen gevoelig voor het maken van eenvoudige afspraken en het hanteren van simpele spelregels, zoals op je beurt wachten. Zo leren kinderen zich bewust te worden van anderen, een relatie op te bouwen met leeftijdsgenootjes, rekening met elkaar te houden, samen te werken en samen te spelen. Onze pedagogisch medewerkers begeleiden de interactie binnen de groep hierin zorgvuldig. Bij de oudere kinderen (4 – 12 jaar) is de ontwikkeling van sociale competenties anders van inhoud dan op school. Na schooltijd  is er sprake van vrije tijd voor de kinderen, waardoor er minder sturing is op de activiteiten en op de samenwerkingsverbanden dan op school. Dit biedt voor kinderen kansen om hun sociale competenties op de opvang verder te ontwikkelen. De pedagogisch medewerkers geven op de opvang het goede voorbeeld aan de kinderen; hun wijze van communiceren, conflictbemiddeling en troosten zal vaak worden gekopieerd. Ook de manier waarop met collega’s en ouders wordt omgegaan is een voorbeeld voor kinderen voor de wijze waarop zij hun sociale relaties aangaan.

Het is vooral de taak van onze pedagogisch medewerkers om de kinderen bij Kinderopvang Hip te begeleiden en daar waar dat nodig is grenzen te stellen. Kinderen gaan zelf de sociale relaties aan en ontdekken daarin zelf wat goed gaat en wat niet goed werkt.

 

3.4 kinderen gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van de morele competentie, de overdracht van normen en waarden, de cultuur van een samenleving eigen te maken

 

Om goed te kunnen functioneren in de samenleving, moeten kinderen zich de regels, normen en waarden van die samenleving eigen maken. Jonge kinderen moeten nog leren wat goed en kwaad is en wat de normen en waarden van hun samenleving zijn. Hun geweten moet nog gevormd worden. Onze pedagogisch medewerkers hebben daarom een uiterst belangrijke taak, als het gaat om het hebben van een voorbeeldfunctie in het uitdragen van regels, normen en waarden en omgangsvormen. Wij zijn ons bewust van onze voorbeeldfunctie in handelen, spreken en gedrag. De regels die wij hanteren zijn afhankelijk van de leeftijd van de kinderen. Met de oudere kinderen (4-12 jaar) worden de regels samen met de kinderen opgesteld. Bovendien is onze pedagogisch medewerker ook bezig met reflectie en de morele ontwikkeling van kinderen; waarom is iets bijvoorbeeld belangrijk? Een jong kind heeft nog geen besef van wat mag en wat niet mag, dat is iets wat een kind moet leren. Naast dat de pedagogisch medewerkers de kinderen bijvoorbeeld over regels en afspraken leert, leren wij een kind ook zelf inschattingen te maken over wat wel kan en wat niet kan. Dat is omdat een kind in zijn of haar verdere leven steeds geconfronteerd wordt met nieuwe situaties waarvan het de regels niet meteen kent. Een moreel besef, of oordelingsvermogen helpt een kind te bepalen hoe het het beste kan handelen in een situatie. Er zijn bij ons diverse soorten afspraken en regels, zoals huisregels (bijvoorbeeld als je klaar bent met spelen, zelf opruimen), hygiëneregels (bijvoorbeeld na het plassen handen wassen) en regels voor het binnen en buiten spelen (bijvoorbeeld zuinig zijn met speelgoed). Uiteraard is het voor alle kinderen duidelijk wat de consequenties zijn wanneer afspraken niet worden nageleefd. Ook is het noodzakelijk in de ontwikkeling van de kinderen, om in de gelegenheid gesteld te worden regels af te tasten en te ervaren wat er gebeurt, als ze daarin grenzen overschrijden. Een moreel besef is iets dat kinderen langzaam leren en waarbij ze begeleiding en goede voorbeelden nodig hebben.

 

Bij normen en waarden en regels horen natuurlijk ook omgangsvormen. Ook hier maken wij afspraken over.

Bij kinderopvang Hip lossen wij ruzies op door te praten, wij gebruiken alleen normale woorden en alle kinderen zijn eerlijk tegen elkaar en de pedagogisch medewerkers.

 

Naast normen en waarden vinden wij ook cultuuroverdracht belangrijk.

In de kinderopvang is er sprake van een bijzondere mix van verschillende culturen, religies, sociale achtergronden en leefstijlen. Een afspiegeling van de samenleving waarin de kinderen later hun plekje krijgen, met respect voor alle culturen en leefstijlen. Kinderen hebben de gelegenheid om op een ongedwongen manier kennis te maken met de diversiteit van de samenleving en van elkaar te leren. Er zullen dan ook feesten van verschillende culturen worden gevierd en uitgelegd aan de kinderen.

 

 

 

4. Algemeen

4.1 Kind-Leidster-Ratio (BKR)

 

Aan een kind in de leeftijd tot een (1) jaar worden ten hoogste twee vaste pedagogisch medewerkers toegewezen, waarvan per dag tenminste een pedagogisch medewerker werkzaam is in de stamgroep van het kind. Indien er vanwege de grootte van de stamgroep met drie of meer beroepskrachten tegelijkertijd gewerkt wordt, dan worden er ten hoogste drie vaste pedagogisch medewerkers toegewezen aan een kind in de leeftijd tot een (1) jaar.  

Aan een kind van een (1) jaar of ouder worden ten hoogste drie vaste pedagogisch medewerkers toegewezen, waarvan er ten minste een pedagogisch medewerker werkzaam is op de stamgroep van het kind. Indien er vanwege de grootte van de stamgroep met drie of meer pedagogisch medewerkers tegelijkertijd gewerkt wordt, dan worden er te hoogste vier vaste pedagogisch medewerkers toegewezen aan een kind van een (1) jaar of ouder.

Een vaste vertrouwde pedagogisch medewerker is voor elk kind in de dagopvang een belangrijke voorwaarde om zich emotioneel veilig te kunnen voelen. Dit geldt zeker voor hele jonge kindjes. Een vaste pedagogisch medewerker kent het kind goed en is daardoor in staat om te herkennen waar een kind behoefte aan heeft en kan hier vervolgens ook naar handelen.

Bij Kinderopvang HIP wordt gewerkt in 2 ruimtes met 2 verticale groepen. Iedere groep van 0-8 jarige bestaat uit maximaal 12 kinderen.

Het aantal pedagogisch medewerkers (PW3 of vergelijkbaar) dat aanwezig is, is in verhouding tot het aantal gelijktijdig aanwezige kinderen per groep.

Dit wordt berekend op basis van:

* een pedagogisch medewerker per 3 kinderen in de leeftijd tot één jaar.

* een pedagogisch medewerker per 5 kinderen in de leeftijd één tot twee jaar.

* een pedagogisch medewerker per acht kinderen in de leeftijd van twee tot drie jaar.

* een pedagogisch medewerker per acht kinderen in de leeftijd van drie tot vier jaar.

Bij verschillende leeftijden wordt het gemiddelde berekend comform de beleidsregels kwaliteit kinderopvang.

Bij twijfel kijken wij altijd voor plaatsing van het kind de tool 1ratio.nl  om te zien wat de mogelijkheden zijn. Wij zullen echter nooit boven de 12 kinderen maximaal per groep uitkomen.

Ook wordt er rekening gehouden met de praktijk waaruit blijkt of kinderen meer aandacht van een pedagogisch medewerker nodig hebben dan waarin de basisratio kan voorzien.

 

 

 

4.2  Personeel en stagiaires

 

De eis met betrekking tot de inzet van vaste pedagogisch medewerkers is onderdeel van de nieuwe Wet Innovatie Kwaliteit Kinderopvang (IKK), die geldt in het kader van stabiliteit en emotionele veiligheid. De inzet van vaste pedagogisch medewerkers draagt bij aan de stabiliteit van onze opvang en daarmee aan de emotionele veiligheid van de kinderen.

Elke dag werken we, afhankelijk van het aantal kinderen, met één of twee pedagogisch medewerkers per groep.  De medewerkers van Kinderopvang Hip hebben er plezier in om een kind een fijne dag te bezorgen, lekker te laten spelen en veel te laten beleven.

Onze pedagogisch medewerkers hebben minimaal een Sociaal Pedagogisch Werk diploma niveau 3. Een niveau waarbij ze opgeleid worden om volledig zelfstandig kunnen werken als pedagogisch medewerker kinderopvang.

Op de groep staan zoveel mogelijk vaste pedagogisch medewerkers  die verantwoordelijk zijn voor de zorg van de kinderen en de sfeer op de groep. Deze vertrouwde gezichten zorgen voor stabiliteit binnen de groep.

Het kan zijn dat er op bepaalde momenten wordt afgeweken van de kind-leidster ratio (BKR). Dit kan zijn aan het eind van de dag omdat de tweede beroepskracht tot vijf uur wordt ingezet of vanwege pauze.

Dit wordt zoveel mogelijk gedaan op momenten dat het rustig op de groep is omdat er bijvoorbeeld kinderen op bed liggen.

 

De pedagogisch medewerker krijgt elk jaar een basis kinder-EHBO opleiding.

 

Er zijn vaste oproepkrachten die ingezet worden bij ziekte.

Binnen de openingstijden ( tussen 07.30 uur en 18.30 uur) is er altijd een pedagogisch medewerker op de groep aanwezig.

Van alle medewerkers is een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aanwezig.

Stagiaires worden altijd boventallig op de groepen ingezet en ook van hen wordt een VOG verlangd! Als er een stagiaire op de groep komt, laten we dit natuurlijk altijd weten aan de ouders.

4.2.1 Stagebeleid van Kinderopvang HIP

Stagebeleid Kinderopvang HIP

Als kinderopvang geven wij stagiaires de mogelijkheid om de geleerde theorie bij ons in de praktijk te brengen. De stagiaires van nu zijn de leidsters van de toekomst en daar willen wij graag ons steentje aan bijdragen. Wij hebben een verkorte versie van het stage beleid in ons pedagogisch beleid opgenomen, omdat wij het een belangrijke taak vinden om ze op een juiste manier te begeleiden, maar ook om voor de kinderen en ouders een wenselijke situatie te scheppen.

Met ons team proberen wij regelmaat, rust en continuïteit te bieden, zo ook met de stagiaires.

Alvorens een stagiaire mag starten bij Kinderopvang HIP zal er een Verklaring Omtrent het Gedrag aanwezig moeten zijn en een koppeling plaats moeten vinden in het personenregister.

Kinderopvang HIP is een SBB erkend leerbedrijf.

Stagebegeleider

De stagebegeleiders zijn pedagogisch medewerksters van Kinderopvang HIP.

Elke stagebegeleider krijgt voldoende tijd om de stagiaire op een verantwoorde manier te begeleiden. Afhankelijk van de stagiaire is er per week één uur beschikbaar voor gesprekken tussen stagiaire en begeleidster. De stagebegeleiders kunnen met vragen terugvallen op het team en de leidinggevende. Bij onduidelijkheden of vragen over de opleiding nemen zij contact op met de school van de leerling.

Aantal beschikbare stageplaatsen

Kinderdagopvang HIP werkt samen met eerste, tweede en derdejaars stagiaires van de opleiding PW kinderopvang of een andere aan kinderopvang gerelateerde opleiding. Alle stagiaires komen voor een periode van minimaal 3 maanden of langer zodat er niet te veel verschillende gezichten op de groep te zien zijn. Op het moment dat een groep in een onrustige periode verkeert door bijvoorbeeld wisselingen van vaste pedagogisch medewerksters door ziekte, zwangerschapsverlof of vertrek, nemen wij geen stagiaires aan. Wij vinden het voor zowel de kinderen, de pedagogisch medewerkers als de stagiaires belangrijk dat er een stabiele, gezellige sfeer heerst op de groep.

Kennismakingsgesprek

De stagiaires die bij Kinderopvang HIP hun praktijk volgen, hebben allen vooraf een kennismakingsgesprek met de leidinggevende  en betreffende stagebegeleider gehad. Behalve dat zij een aan kinderopvang gerelateerde opleiding dienen te volgen zal met name de houding van de stagiaire bepalen of wij een stageplaats aanbieden of niet. Affiniteit met kinderen en enthousiasme zijn daarbij een vereiste.

 

Verloop van de stage periode

De stagiaire heeft een vaste groep waar zij haar praktijkdagen doorbrengt. De eerste dagen gaat ze vooral observeren. Hoe gaan de pedagogisch medewerksters met de kinderen om, hoe reageren de kinderen daar op, welke rituelen zijn er door de dag heen en wat zijn de gewoontes en regeltjes van de groep. Ze kijkt mee tijdens de eet en drink momenten, bij het naar bed brengen en verschonen, buitenspelen en activiteiten. Zo krijgt ze een duidelijk beeld van het beleid van Kinderopvang HIP.

Op het moment dat de stagebegeleider haar daar klaar voor acht, mag ze stukje voor beetje mee gaan draaien in de groep. De stagebegeleider heeft één keer in de twee weken een gesprek met de stagiaire. Hierin bespreken ze wat de stagiaire heeft ervaren, hoe de begeleidster het vindt gaan en de opdrachten die ze moet maken. Ze bekijken samen de vorderingen die de stagiaire maakt en spelen daarop in.

De stagiaire ontmoet de ouders. Zij mag bij de overdracht naast haar stagebegeleider staan en meekijken / luisteren. Zo krijgt ze te maken met het ritueel van afscheid nemen en leert ze om te gaan met ouders. De stagiaire volgt daarnaast een leerprogramma van school. Zij moet, afhankelijk van de opleidingsgraad, verschillende activiteiten voorbereiden en zich verdiepen in het beleid van de instelling. We begeleiden de stagiaire in dit proces, maar leren haar vooral zelf de verantwoordelijkheid te nemen over het leerproces.

4.3 Vier ogen principe

 

Veiligheid binnen de kinderopvang is erg belangrijk. Om slechte pedagogische aanpak, misbruik of mishandeling te voorkomen, hanteren we het vier ogen principe.

Het vier ogen principe houdt in dat er minimaal twee volwassenen aanwezig moeten kunnen zijn, zodat er toezicht kan zijn op elkaars handelen.

Wij zorgen er daarom voor dat er altijd 2 volwassen personen op de locatie zijn (afhankelijk van de groepsgrootte).

Dit kunnen een pedagogisch medewerker en een stagiaire zijn, of een pedagogisch medewerker en een leidinggevende, of 2 pedagogisch medewerkers.

Het kan voorkomen dat er in de ochtend of tijdens de pauzetijd of aan het einde van de dag, maar één medewerker aanwezig is.

Er komen dan echter voortdurend ouders binnen om hun kinderen te brengen of te halen en een overdracht te doen.

 

Wij zorgen ervoor dat alle tussendeuren altijd geopend blijven, zodat er continu zicht is op de andere groep.

De voorste groepsruimte is vanaf de straat te zien, de achterste groepsruimte is vanuit de tuin te zien.

We streven er naar om twee pedagogisch medewerkers op de groep aanwezig te hebben. Omdat we een kleinschalige opvang zijn, kan het voorkomen dat er weinig kinderen opgevangen worden, waardoor er maar één leidster aanwezig is. Ook dan zal kinderopvang HIP aan het vier ogen principe voldoen.

 

In alle ruimtes zijn camera’s aanwezig, die continue bekeken kunnen worden door een van de eigenaren. Deze kunnen ook buiten de locatie meekijken door middel van een app op de telefoon. Door de camera’s kan er ook met één leidster voldaan worden aan het vier ogen principe. Tijdens vakantieperiodes en/of rustige opvangdagen kan het wel eens voorkomen dat er maar één pedagogisch medewerker aanwezig is op de groep. In dat geval werken we met cameratoezicht.

 

In iedere groep is een verschoonplek aanwezig. Hierdoor is er continu zicht op deze plek. De toiletten worden door beide groepen gebruikt en is een open ruimte. Hier kan iedereen elk moment binnen lopen. Op beide slaapkamers staat een babyfoon. Deze staan ten alle tijden aan. Ook hierdoor hebben we toezicht op elkaars handelen. In de deuren van de slaapkamers zit een raampje. Hierdoor is er ook zicht op de bedjes.

Als beide groepen operationeel zijn zullen we regelmatig bij elkaar op de groep binnen lopen.

Al ons personeel heeft een verklaring omtrent gedrag aangevraagd, hierop vindt continue screening plaats.

Ook tijdens de uitstapjes houden we de leidster-kind ratio aan. Bij een klein aantal kinderen kan het dus zijn dat er één pedagogisch medewerker op pad gaat. Wanneer dit het geval is mag deze pedagogisch medewerker alleen naar een omgeving toe waar voldoende sociale controle aanwezig is van andere mensen (bijvoorbeeld winkel, stad, speeltuin).

Dus als een pedagogisch medewerker naar het bos of park of iets dergelijks wilt, zal er altijd een tweede volwassenen mee gevraagd worden.

 

Tijdens pauzetijden (van 12.00 tot 15.00) kan het voorkomen dat een pedagogisch medewerker alleen op de groep staat.

Dit mag, als er maar een ander volwassen persoon in het gebouw aanwezig is. Zodra er geen ander volwassen persoon in het pand aanwezig is, zal de pedagogisch medewerker tijdens pauzetijd op de locatie aanwezig moeten blijven.

Wij geven extra invulling aan het vierogenprincipe door met camera toezicht (infra rood) te werken op beide groepsruimten. Protocol cameratoezicht aanwezig.

 

 

4.4 Achterwacht

 

Omdat het in de praktijk nog wel eens voor kan komen dat er maar één beroepskracht aanwezig is, dan is de achterwacht regeling van toepassing.

Deze regeling houdt in dat in geval van calamiteiten er een achterwacht beschikbaar dient te zijn die binnen 15 minuten de kinderopvang kan bereiken.

Patrick (mijn echtgenoot en mede eigenaar van Kinderopvang HIP) is de achterwacht. Tevens is hij ook de ondersteuning waar gebruik van wordt gemaakt om de kinderen van school op te halen. Hij is in het bezit van een SPW 3 diploma. Indien door ziekte, verlof, of een afspraak buiten de deur de achterwacht uitvalt, zal er worden overgegaan op een achterwacht op afstand.

De telefoonnummers van de betreffende achterwachten zijn te vinden op de groep.

4.5 Invalkracht

 

Mocht er onverhoopt een pedagogisch medewerker ziek zijn en er is nog maar één pedagogisch medewerker op de groep aanwezig, heeft Kinderopvang HIP de beschikking over een invalkracht.

Op deze manier kunnen wij de opvang garanderen.

Deze invalkracht heeft een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) overlegd en is gekoppeld aan het personenregister Kinderopvang en komt regelmatig langs, zodat de kinderen ook met de invalkracht vertrouwd blijven.

4.6 3 uurs regeling

 

Kinderopvang HIP is geopend van 07.30 tot 18.30. De pedagogisch medewerkers van Kinderopvang HIP werken 9 / 9,5 uur per dag. Zij werken bijvoorbeeld van 07.30 tot 17.00 uur of van 08.30 tot 18.30 uur. Zij hebben tussen de middag een half uur pauze.

Kinderopvang HIP voldoet aan de eisen van de wet kinderopvang waarin gesteld wordt dat er op vaste tijden maximaal 3 uur van de norm beroepskracht / kind ratio (BKR) mag worden afgeweken. Minimaal de helft van het aantal benodigde pedagogisch medewerkers moet aanwezig zijn tijdens die 3 uur.

 

Op de volgende tijden kan er afgeweken worden van de BKR norm:

 

08.00 uur              tot           08.30 uur

13.00 uur              tot           14.30 uur

17.00 uur              tot           18.00 uur

 

In de pauzeperiode tussen 13.00 uur en 14.30 uur slapen veel kinderen. Hierdoor behoeven minder kinderen actieve pedagogische aandacht en kunnen de pedagogisch medewerkers beurtelings pauze gaan houden. Gedurende deze slaaptijd is het mogelijk dat minder pedagogisch medewerkers ingezet worden dan volgens de pedagogisch medewerker / kind ratio is vereist.

 

Bij kinderopvang HIP wordt zeker niet afgeweken van de beroepskracht-kindratio op de volgende tijden:

Maandag tot en met vrijdag voor 8.00 uur

Maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 13.00 uur

Maandag tot en met vrijdag van 14.30 tot 17.00 uur

Maandag tot en met vrijdag na 18.00 uur.

Op deze tijden voldoen we aan het beroepskracht-kindratio.

 

4.7 Personeelsbeleid

 

Directeuren van Kinderopvang HIP: zijn Martine Velthuis en Patrick Velthuis

Pedagogisch medewerker: de pedagogisch medewerker is degene die de hele dag op de groepen aanwezig is om voor het kind te zorgen. Afhankelijk van de grootte van de groep zijn er 1, 2 of 3 vaste beroepskrachten per dag aanwezig. Daarnaast zijn er binnen het team een klein aantal vaste oproepkrachten. Deze worden ingezet bij afwezigheid van de vaste pedagogisch medewerkers, bijvoorbeeld bij ziekte of vakantie.

Doordat Kinderopvang HIP ruime openingstijden heeft wordt er gewerkt met wisseldiensten. Hierdoor is het mogelijk dat er aan het begin en/of eind van de dag geen vaste pedagogisch medewerker van de eigen groep aanwezig is. Uw kind wordt dan zolang opgevangen op een andere groep. De pedagogisch medewerkers zijn minimaal in het bezit van SPW-3 of SPW-4 diploma of hebben de vereiste opleiding die vermeld staat in het functieboek van de CAO Kinderopvang.

Pedagogisch coach: bij Kinderopvang HIP werken wij met een pedagogisch coach.. Deze coach stimuleert de pedagogisch medewerkers effectief en begeleidt hen in de kwaliteit van hun pedagogisch handelen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om inzicht geven in de effecten van hun gedrag, hen enthousiasmeren, hen helpen met het oplossen van problemen en hoe om te gaan met emoties en weerstand. Maar ook begeleidt zij de pedagogisch medewerkers bij het maken van een persoonlijk trainings-/scholingstraject. Kortom een coach voor professionele en persoonlijke ontwikkeling van de pedagogisch medewerkers. Daarnaast is de pedagogisch coach ook beschikbaar als er (opvoed)vragen zijn van ouders of pedagogisch medewerkers over de kinderen. Op deze manier heeft ze een goed beeld van de kinderen en kan er nauw samengewerkt worden met de pedagogisch medewerkers en de ouders.

De pedagogisch coach is hbo-opgeleid en functioneert tevens als beleidsmedewerker.

Stagiaires: op de groepen zijn ook regelmatig stagiaires aanwezig. Graag dragen wij onze kennis en ervaring over aan de in opleiding zijnde pedagogisch medewerkers van de toekomst. Stagiaires worden altijd boventallig op de groepen ingezet. Van alle medewerkers en stagiaires is een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aanwezig. Wanneer een stagiaire al veel ervaring heeft op de groep, de kinderen goed kent en de route naar school weet te lopen, is de mogelijkheid aanwezig dat een stagiaire een kindje voor de buitenschoolse opvang op zal gaan halen. Dit alleen in overleg met een pedagogisch medewerker.

 

 

4.8 Mentorschap en observatie ontwikkeling van het kind

 

Kinderen bij Kinderopvang HIP krijgen een mentor toegewezen. De mentor werkt op de groep van het kind.

Wat belangrijk is bij het mentorschap zijn de volgende punten:

 

*             Ieder kind krijgt een mentor toegewezen

*             Mentor werkt op de groep van het kind

*             Aanspreekpunt voor ouders

*             Mentor en ouders bespreken periodiek de ontwikkeling en het welbevinden van het     kind.

*             In de BSO is de mentor ook het aanspreekpunt voor het kind.

 

Zoals in de punten valt te lezen krijgt ieder kind een mentor toegewezen.

De pedagogisch medewerkers hebben gekeken naar de dagen waarop de kinderen komen en wie dan de meest toepasselijke mentor zou kunnen zijn.

 

De mentor observeert het kind en volgt hierbij de ontwikkeling van het kind. Deze observaties worden gedaan aan de hand van een observatielijst van “Kijk-op-ontwikkeling”. Hiervan zijn twee lijsten beschikbaar de lijst 0-2 jaar en 2-4 jaar. De kinderen worden 2 maal per jaar geobserveerd. Rond de leeftijd van 6 mnd – 1 jaar – 1,5 jaar – 2 jaar– 2,5 jaar – 3 jaar – 3,5 jaar. Deze observatielijsten zijn door ouders ten alle tijden in te zien.

 

De pedagogisch medewerker(s) observeren het kind dan tijdens het vrij spel. Daarnaast staan er een paar “opdrachtjes” in en de pedagogisch medewerker laat het kind deze spelenderwijs uitvoeren. Vanuit deze observatieformulieren schatten we dan in waar we extra aandacht aan moeten besteden met het specifieke kind. Vlak voordat het kind naar school gaat hebben we een overdrachtsgesprek met de ouders waarin deze observatieformulieren besproken worden. Vertonen kinderen opvallend gedrag dan wordt er eerder een gesprek gepland met de ouders. En in dat gesprek wordt samen gekeken waar dit gedrag vandaan zou kunnen komen en hoe er het best op dit gedrag gereageerd kan worden. Door een goede afstemming tussen ouders en de pedagogisch medewerkers van Kinderopvang HIP worden de beste resultaten bereikt. Eventueel vervult de mentor van het kind ook een rol in het contact met andere (zorg) professionals, uiteraard alleen na toestemming van de ouders!

 

Zodra de pedagogisch medewerker zich zorgen maakt over de ontwikkeling van een kind kunnen we de overstap maken naar het OVM programma. Dit is een uitgebreider observatieprogramma. Hierdoor kunnen we meer zicht krijgen in de verschillende ontwikkelingslijnen. Elk kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo en heeft zijn eigen mogelijkheden. Kinderopvang Hip wil daar goed mee omgaan en wil we het kind tot zijn recht laten komen. Soms ontwikkelt een kind zich sneller, soms trager. Dit kan allerlei oorzaken hebben. Als wij zorgen ondervinden bij een kind, dan kunnen wij gebruik maken van ons zorgplan. In dit zorgplan beschrijven we op welke manier we kinderen, die extra zorg nodig hebben, willen helpen. Daarnaast worden de criteria omschreven, aan de hand waarvan bepaald wordt wanneer een kind extra ‘zorg’ nodig heeft. Ook is de inrichting van de mogelijke extra ondersteuning met de bijhorende procedures beschreven in dit zorgplan.

Tijdens de dagelijkse overdracht bespreken we regelmatig de globale ontwikkeling van de kinderen. Als de kinderen zich 'normaal' ontwikkelen en er geen zorgen zijn hebben we 1/2 keer per jaar een tien-minuten gesprekje met ouders.

Als er wel zorgen zijn, dan zijn deze vanzelfsprekend ook al in overdrachtsgesprekken aangegeven. Maar daarnaast wordt er dan ook eerder een gesprek gepland met de ouders om te kijken of we samen tot een plan van aanpak kunnen komen. Ook hier kunnen we de expertise van onze pedagogisch coach bij betrekken!

 

4.9 Overdracht naar school en de BSO

 

De overdracht naar de basisschool en BSO zal door de mentor in samenspraak met Martine (eigenaresse) gebeuren. In de meeste gevallen zal het gaan om een warme overdracht. Niet alle scholen willen hieraan meewerken. En dus kan het sporadisch voorkomen dat we ervoor kiezen een koude overdracht te doen. Tijdens deze overdracht zullen de observatielijsten worden besproken en daarnaast een algemene indruk van het kind worden doorgegeven. De school en BSO hebben daarnaast misschien nog extra vragen die tijdens deze gesprekken beantwoord kunnen worden. De overdracht vind plaats na het eindgesprek met de ouders maar in ieder geval een week voor het kind start op school of BSO. De ouders geven toestemming voor een overdrachtsgesprek met school en BSO. Eventueel, naar behoefte, kunnen ouders bij dit gesprek aanwezig zijn.

5 Het pedagogisch handelen in de praktijk

5.1 Dagindeling

 

Omdat structuur erg belangrijk is voor kinderen hanteren wij een vaste dagindeling. Kinderen weten op deze manier precies waar ze aan toe zijn. Wij vinden het belangrijk dat een kind zich op alle vlakken kan ontwikkelen.

Hierbij willen we de kinderen zoveel mogelijk ondersteunen, stimuleren en aanbieden.

 

Kinderen die jonger zijn dan twaalf maanden hebben een eigen dag- en nachtritme. Eten, slapen en spelen doen zij op vaste, maar voor ieder kind wisselende tijden. Uiteraard passen onze pedagogisch medewerkers zich hierop aan. Regelmaat is tenslotte erg belangrijk voor kinderen.

 

Tijdens het verschonen van een baby maakt de  Pedagogisch medewerker contact door met het kind te praten, te knuffelen en het kind aan het lachen te maken. Door te reageren op de signalen van een baby leert een kind dat hij op deze manier zijn behoeften kenbaar kan maken en contacten kan leggen.

Natuurlijk hebben wij bij kinderopvang Hip speelgoed dat goed aansluit bij de belevingswereld van de allerkleinsten. Soms kunnen de baby's (vanuit de box, een stoeltje of vanaf de mat) meedoen met een groepsactiviteit zoals samen zingen.

 

 

 

 

 

 

 

 

5.2 Dagindeling KDV

 

07.30 tot 09.00

Kinderen komen binnen en kunnen vrij spelen.

Ouders mogen een kopje koffie of een kopje thee blijven drinken.

Om 09.15 gaan we met de kinderen (die dat kunnen) het speelgoed opruimen.

 

09.30 tot 10.00

Verschoningsronde, potje plassen en toiletbezoek voor wie naar het toilet wil. We gaan met z’n allen aan tafel zitten. En zingen een “smakelijk eten” liedje. Daarna krijgen de kinderen verschillende soorten vers fruit te eten en sap te drinken. We kletsen nog even met elkaar of zingen nog een paar liedjes.

 

10.30

Tijd voor een activiteit.

We gaan uit van de samenstelling van de groep en wat de groep op dat moment nodig heeft.

De fijne motoriek stimuleren we door bijvoorbeeld knutselactiviteiten: knippen, plakken, verven of kleien.

De grove motoriek stimuleren we met spelletjes, een hindernisbaan of bijvoorbeeld buiten tikkertje doen.

Kinderen vinden het ook erg leuk om te dansen, springen of te gymnastieken.

Maar als met name veel kleine kinderen aanwezig zijn kan voorlezen en liedjes zingen ook al voldoende zijn.

Ook gaan wij regelmatig op pad om bijvoorbeeld samen te gaan wandelen, naar de speeltuin te gaan of voor een boodschapje naar de winkel.

 

11.30 tot 12.30

Verschoningsronde, potje plassen en toiletbezoek voor wie naar het toilet wil. Zodra de kleintjes zelfstandig kunnen zitten mogen ze met ons mee aan tafel eten. We zingen een “smakelijk eten" liedje.

De kinderen eten de eerste boterham met een vorkje (stimuleren van de fijne motoriek). Op de eerste boterham doen we hartig beleg. Daarna mogen ze zelf kiezen welk zoet beleg ze erop willen en mag de boterham uit het vuistje gegeten worden. We drinken een beker melk of karnemelk.

 

13.00 tot 15.00

Na het eten gaan de kinderen die nog een middagslaapje nodig hebben naar bed. We stimuleren zoveel mogelijk dat de kinderen zelf hun kleren uitdoen. Daarom doen we dit vaak in een groepje, zodat ze ook naar elkaar kunnen kijken. Dan met de knuffel (en speen) van thuis, lekker naar bed. Voor de kinderen die geen middagslaapje nodig hebben is er een rust moment.

 

15.00 tot 16.00

Verschoningsronde en toiletbezoek voor wie naar het toilet wil.

Gezamenlijk een cracker/ liga/ ontbijtkoek/ rijstwafel/ soepstengel eten en een beker sap drinken.

 

16.00 tot 16.30

Tijd voor een activiteit ( knutselen, muziek, voorlezen etc.) Of buiten spelen.

 

16.30 tot 18.30

Rond 17.00 uur doen we nog een verschoningsronde en toiletbezoek voor wie naar het toilet wil.

Kinderen worden opgehaald.  De kinderen kunnen vrij spelen.

5.3 Dagindeling BSO

 

De kinderen die al naar school gaan mogen helemaal zelf beslissen of ze mee willen doen of niet.

Zij hebben de hele dag al in de structuur van school meegelopen dus we begrijpen het ook dat ze op het moment dan ze bij Kinderopvang HIP komen even helemaal niks willen.

Hebben ze wel zin om wat te doen dan proberen we een activiteit te vinden die voor iedereen leuk is.

 

Maar het kan ook zijn dat één van de pedagogisch medewerkers met de grote kinderen een spelletje gaat doen en de andere pedagogisch medewerker zich met de kleintjes bezig houdt. We proberen er voor te zorgen dat ieder kind zich thuis voelt bij Kinderopvang HIP. 

 

Kinderen worden met de auto opgehaald van school en naar Kinderopvang Hip gebracht. De chauffeur heeft een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) overlegd, is ingeschreven in het register Kinderopvang en komt regelmatig langs, zodat de kinderen ook met de chauffeur vertrouwd blijven.

Kinderen die lopend opgehaald kunnen worden van school, worden opgehaald door een pedagogisch medewerker of een stagiaire.

Zodra de kinderen vroeg vrij zijn van school en ze nog geen broodmaaltijd hebben genuttigd sluiten ze bij de groep aan bij binnenkomst. Handen wassen en even een rustmoment pakken tijdens het eten van een boterham en het drinken van een beker melk. Op de eerste boterham doen we hartig beleg en op de volgende boterham mag er ook gekozen worden uit zoet beleg. Natuurlijk wordt er dan ook even bijgepraat over de dag op school.

 

13.00-15.00

Zodra de kleinere kinderen een middagdutje gaan doen is er alle tijd om met de oudere kinderen een activiteit te ondernemen. Samen knutselen of een spelletje doen. Of als er de behoefte is mag er ook lekker op de bank een boek gelezen worden.

 

15.00 en 16.00

Zullen we gezamenlijk aan tafel een beker sap gaan drinken en een cracker/ liga/ ontbijtkoek/ rijstwafel/ soepstengel eten

 

16.00 tot 16.30

Tijd voor een activiteit ( knutselen, muziek, voorlezen etc.) De pedagogisch medewerker zorgt ervoor dat deze activiteit geschikt is voor zowel de BSO kinderen als de kleinere kinderen. Bij bepaalde activiteiten zal dit niet mogelijk zijn en werken we in twee groepjes. Er is ook nog de mogelijkheid om lekker buiten te spelen. 

 

16.30-18.30

De kinderen mogen vrij spelen. Kinderen worden opgehaald door ouders.

 

Als kinderen om 14.00 of 14.30 vrij zijn zorgt de pedagogisch medewerker ervoor dat er een beker sap voor ze klaar staat zodra ze binnen komen. Daarna is het de taak voor de pedagogisch medewerker om te kijken of het kind “rustig” binnen komt of nog even zijn/haar energie kwijt moet raken door buiten te spelen.

 

5.4  Kennismaking en eerste periode bij Kinderopvang Hip

 

Voordat een kind geplaatst wordt, hebben we een intakegesprek met de ouders, het kind en de pedagogisch medewerker van de groep.

De ouders vertellen over de vaste gewoontes van hun kind.

Er worden afspraken gemaakt over bijvoorbeeld eten, slapen en andere zaken. Dit wordt opgeschreven op een intakeformulier.

Het formulier zal in het kinddossier komen zodat het voor alle pedagogisch medewerkers inzichtelijk is.

De pedagogisch medewerker wisselt informatie uit over de gang van zaken bij Kinderopvang Hip. Hoe ziet een dag op de kinderopvang eruit en wat zijn de gewoontes en regels. 

Tijdens deze kennismaking kunnen het kind, de ouders en de pedagogisch medewerker elkaar leren kennen.

 

Voor kinderen en ouders betekent de stap naar de kinderopvang dat zij moeten wennen aan een nieuwe situatie.

Voor kinderen is het vaak de eerste stap buiten de vertrouwde wereld van ouders en familie. We geven daarom het kind de tijd om te wennen aan de nieuwe omgeving, de andere kinderen en de pedagogisch medewerkers.

In overleg wordt er één wenochtend bepaald.

Dan komen ouders samen met het kind naar Kinderopvang Hip.

Samen kunnen zij dan rustig rondkijken en op ontdekking gaan.

Het is ook mogelijk om onder het genot van een kopje koffie van gedachten te wisselen met de pedagogisch medewerker. Afhankelijk van hoe het gaat, nemen de ouders op een gegeven moment afscheid van het kind.

 

Bij het afscheid nemen is het belangrijk dat dit moment duidelijk is.

De pedagogisch medewerker neemt het  kind over van de ouders en zal hen samen met het kind uitzwaaien. Het moment van afscheid kan soms moeilijk zijn. De pedagogisch medewerker probeert dan te ontdekken waar het kind op dat moment behoefte aan heeft (boekje lezen, spelletje doen, zijn/haar knuffeltje van thuis te geven of even met rust laten). Als ouders het prettig vinden mogen ouders best eens bellen om te vragen hoe het gaat.

 

In de groep hebben we een familiefotoboek liggen.

Daar mag het kind op een a4tje foto’s van zijn/haar gezin in opbergen. Kinderen voelen zich veiliger als ze iets op de kinderopvang herkennen van de thuissituatie en kunnen dit ervaren door in het boek te kijken.

Het familieboek ligt op kind hoogte zodat ze deze zelf kunnen pakken en bekijken.

Het kind kan ook samen met de pedagogisch medewerker in het boek kijken en vertellen over thuis.

 

Als het kind weer opgehaald wordt vertelt de pedagogisch medewerker hoe de dag is verlopen en is er persoonlijke aandacht voor ouders en kind.

Bij kinderen tot 1 jaar wordt het verloop van de dag ook uitgebreid beschreven in een schriftje.

 

Het uitgangspunt bij het wennen binnen Kinderopvang Hip is dat ouders het kind met een gerust hart brengen en halen. Ouders zullen hierdoor het gevoel van vertrouwen overbrengen op het kind en dat heeft een positieve invloed op het wennen en het welbevinden van het kind.

 

 

 

 

5.5 Afscheid nemen

 

Als het kind de groep binnenkomt, begroeten we het kind en de ouder.

De pedagogisch medewerker maakt duidelijk dat het kind en de ouder welkom zijn in de groep en opent een gesprek als dat mogelijk is.

Graag vernemen de pedagogisch medewerkers ‘s morgens hoe het gegaan is met de kinderen en of er bijzonderheden zijn die van belang zijn voor de pedagogisch medewerkers. Bijv. of het kind goed heeft geslapen, gegeten en gedronken.

Bij het afscheid neemt de pedagogisch medewerker het kind over van de ouder of laat het kind doorgaan waarmee het al begonnen was met de ouder erbij.

Kinderen hechten waarden aan een vast patroon bij het afscheid nemen.

Het moment van afscheid nemen is voor alle partijen duidelijk.

Voor het kind is het belangrijk dat het weet dat zijn ouder weggaat en later terugkomt. De pedagogisch medewerker zal samen met het kind de ouder uit gaan zwaaien.

5.6 Voortgangsgesprek (na 3 maanden)

 

Nadat het kind geplaatst is en ongeveer 3 maanden speelt bij kinderopvang Hip is er voor ouders de mogelijkheid een voortgangsgesprek te voeren.

De ouders hebben een gesprek met de leidinggevende of de mentor van het kind.

Zij worden in de gelegenheid gesteld om hun ervaringen van de afgelopen 3 maanden te bespreken, hoe hebben zij de pedagogisch medewerkers ervaren, hoe heeft het kindje het gedaan de afgelopen 3 maanden, herkennen de ouders in de praktijk wat hen vooraf aan info is meegegeven en uitgelegd?

De pedagogisch medewerkers maken een evaluatieverslag over de opvang van het kindje. Dit verslag wordt tijdens het gesprek besproken en aangevuld met de ervaringen en eventuele opmerkingen van de ouders.

Dit verslag wordt in het dossier van het kindje bewaard.

De  overige pedagogisch medewerkers worden na het gesprek geïnformeerd over het verloop van het gesprek en eventuele bijzonderheden.

Door deze overzichtelijke manier van werken, zorgen wij er voor dat wij bij de start van de opvang met ouders op één lijn zitten en duidelijk is waar wij eventueel op moeten letten.

5.7 Het werken met thema's

 

Bij Kinderopvang Hip werken wij met thema’s.

Op deze manier kunnen de kinderen zich spelenderwijs ontwikkelen.

Het thema waar we aan werken staat enkele weken centraal.

De groep zal passend versierd worden in het thema en er worden knutselwerkjes voor gemaakt. We zingen liedjes over het thema, er zullen verhaaltjes voorgelezen worden over het onderwerp en we doen spelletjes die met het thema te maken hebben. We maken ook ieder jaar een themakalender.

Deze themakalender wordt ook meegeven aan ouders, zodat zij op de hoogte zijn aan welk thema wij wanneer gaan werken.

 

 

5.8 Verjaardagen

 

Wij vieren natuurlijk ook uitgebreid de verjaardagen van de kinderen.

We maken muziek, er wordt voor ze gezongen, ze krijgen een feestmuts en mogen een cadeautje uitzoeken. Uiteraard mag de jarige ook een traktatie uitdelen. Het liefst een gezonde traktatie.

Uiteraard kunnen de ouders met de pedagogisch medewerkers overleggen wat een geschikte traktatie is. Er ligt ook een ideeënmap op de locatie, waar ouders eens in kunnen kijken voor een traktatie-ideetje.

Ouders mogen bij het feestje van het jarige kind aanwezig zijn.

Wanneer ouders er niet bij kunnen zijn mogen zij een fotocamera meegeven, zodat de pedagogisch medewerkers foto's kunnen maken van de viering.

 

Met de BSO kinderen gaan wij in overleg hoe zij hun verjaardag willen vieren. Misschien willen ze geen feestmuts, of zitten ze er niet op te wachten dat er muziek gemaakt gaat worden.  

Kinderen mogen hier zelf een invulling aan geven.

 

Verjaardagen van de pedagogisch medewerkers worden meestal gevierd op de dag waarop zij jarig is. De pedagogisch medewerker zal de kinderen dan op deze gezellige en feestelijke dag trakteren.

 

5.9  De binnen- en buitenruimtes

 

Kinderopvang Hip is met rustige, zachte pastel kleuren ingericht.

Kleuren en geluid hebben grote invloed op kinderen. Veel en/of felle kleuren kunnen de energie zowel bij kinderen als volwassenen te veel aanwakkeren.

Dit kan zich uiten in veel onrust op de groep. Kinderen hebben van nature genoeg energie.

 

De binnen- en buitenruimtes van Kinderopvang Hip moeten de kinderen uitnodigen tot spelen en ontdekken. Hierbij zijn de indeling en inrichting van groot belang. Verschillende leeftijden worden in één groep ondergebracht (0-12 jaar) daarom is het belangrijk dat voor alle leeftijden speelmaterialen aanwezig zijn en er voor elke leeftijd voldoende uitdagingen te vinden zijn.

 

We leren de kinderen zorg te dragen voor de groepsruimte bij Kinderopvang Hip. Dit betekent dat we gezamenlijk de spullen ook weer opruimen als ermee gespeeld is. Dit gebeurt vaak na een liedje of een versje over opruimen.

Veel kinderen hebben hulp nodig, want het woord opruimen is een ruim begrip. De pedagogisch medewerkers geven de kinderen daarom kleine opdrachtjes en kijken wat de kinderen aankunnen.

Als er geknoeid is met drinken of eten dan kan de pedagogisch medewerker ervoor kiezen dit samen met het kind weer schoon te maken.

Door het samen weer schoon te maken krijgt het kind meer besef van oorzaak en gevolg. Voor het eten wassen alle kinderen hun handen.

Vaak worden er rondom het eten kleine klusjes gevraagd aan de kinderen die dat aankunnen. En vaak vinden ze dat hartstikke leuk en een uitdaging. Bekers ronddelen of helpen met afruimen en de tafels schoonmaken. Hiermee leren we de kinderen betrokkenheid, sociaal gedrag  en we vergroten hun verantwoordelijkheidsgevoel.

 

Als het weer het toelaat zullen de kinderen zoveel mogelijk buiten spelen.

Wij vinden het belangrijk dat kinderen vaak buiten zijn. 

Kinderopvang HIP beschikt over een kindvriendelijke tuin met een afsluitbaar hek. Ze kunnen spelen in de zandbak, glijden van de glijbaan en er is voldoende rijdend materiaal en spelmateriaal te vinden.

Kinderen mogen bij ons ook vies worden. Het is van belang dat ouders dit ook weten, zodat zij rekening kunnen houden met de kledingkeuze.

Het is natuurlijk mogelijk om kinderen oude (speel)kleding mee te geven. Ieder kind heeft een eigen bakje waar de reservekleding in opgeborgen kan worden.

 

5.10 Buiten spelen BSO en afsprakenformulier

 

Voor de kinderen van 6 tot 12 jaar hebben we een afsprakenformulier.

Met de kinderen en hun ouders worden afspraken gemaakt over de mate van vrijheid (zelfstandigheid) die het kind mag hebben tijdens de opvanguren bij Kinderopvang HIP. Op dit formulier leggen we o.a vast als een kind zelfstandig en zonder pedagogisch medewerkers buiten mag gaan spelen, hierin wordt ook benoemd waar het kind mag gaan spelen. We vinden het belangrijk om de zelfstandigheid op deze manier te stimuleren. Kinderen leren op deze manier zelf hun leefomgeving kennen.

In overleg met ouders en pedagogisch medewerkers is het ook mogelijk dat de oudere kinderen naar hun vriendjes gaan, of dat zij bijvoorbeeld zelfstandig van school naar Kinderopvang Hip mogen lopen of fietsen.

Als een kind zelfstandig (op een bepaalde tijd) vanaf Kinderopvang HIP naar huis toe mag gaan, wordt ook dit  aangegeven op dit afsprakenformulier. Uiteraard wordt dit formulier tussentijds aangepast aan de veranderende behoefte van het ouder wordende kind.

5.11 Uitstapjes

 

Wij zullen regelmatig uitstapjes doen met de kinderen. Door uitstapjes te maken, vergroten we de wereld van kinderen en laten we ze nieuwe situaties ervaren en prikkelen we hun ontwikkeling. We gaan bijvoorbeeld naar de bibliotheek, de winkel voor een boodschapje, de kinderboerderij of we halen een frisse neus tijdens een wandeling in de buurt. Onderweg valt er altijd heel veel te zien!Uitstapjes zijn niet alleen maar leuk, maar bovendien ook nog leerzaam.

Bij uitstapjes geldt dat we het leidster-kind ratio hanteren zoals die is beschreven in de Wet IKK. Stagiaires en vrijwilligers (indien aanwezig) gaan altijd mee tijdens uitstapjes. Tijdens het uitstapje dragen alle kinderen (m.u.v. baby’s) dezelfde herkenbare hesjes van Kinderopvang Hip. Op de dag-lijst wordt altijd aangegeven welke kinderen mee gaan tijdens een uitstapje. Tijdens het uitstapje houden wij de kinderen nauwlettend in de gaten en blijven zij dicht bij ons lopen. Tijdens uitstapjes heeft minimaal 1 pedagogisch medewerker een mobiele telefoon bij zich met het telefoonnummer van Kinderopvang Hip. Indien alle pedagogisch medewerkers en kinderen tegelijkertijd een uitstapje hebben nemen de pedagogisch medewerkers het kaartenbakje mee van de groep. Hierin staan alle telefoonnummers van ouders en de noodnummers vermeld. We laten op deze momenten altijd een briefje achter op de buitendeur voor ouders. Op dit briefje vermelden we waar we naar toe zijn, vermoedelijke tijd van terugkeer en het telefoonnummer waarop we te bereiken zijn tijdens het uitstapje. Verder is het belangrijk dat de pedagogisch medewerker altijd de “uitstapjes-tas” mee neemt. Hierin zit een EHBO setje, zakdoekjes enz..

 

 

 

 

 

 

5.12 Slapen

 

We vinden het belangrijk dat kinderen voldoende rust krijgen en prettig en veilig kunnen slapen.

Tijdens het intakegesprek bespreken we met ouders/verzorgers het slaapritme van het kind. We vinden dat een kind moet kunnen slapen naar behoefte.

We bespreken of ze in een ledikantje mogen slapen of dat rusten op een stretcher (voor de oudere kinderen) ook goed is.

Elk kind heeft een eigen bedje.

De kinderen slapen in veilige gecertificeerde bedjes van erkende leveranciers. Als kinderen gaan slapen mogen ze als ze willen hun eigen knuffel (van thuis) mee naar bed. Wanneer ze geen knuffel bij zich hebben, mogen ze er één uit het knuffelmandje van Kinderopvang HIP uitzoeken.

Indien nodig zijn er op de groep slaapzakken aanwezig.

Als het kind een fopspeen heeft krijgt hij/zij deze tijdens het slapen.

Deze ‘eigen’ fopspeen ligt in het daarvoor bestemde spenenbakje.

Zodra een kindje een buikslaper is, moeten ouders een toestemmingsformulier invullen waarop zij aangeven dat de pedagogisch medewerkers het kindje op de buik in bed mogen leggen. Ook wanneer een kindje ingebakerd moet worden, zal dit op het formulier ingevuld moeten worden.

 

In beide slaapkamerdeuren zitten raampjes. Hierdoor hebben de leidsters altijd zicht op de bedjes waarin de kinderen slapen. Baby’s mogen slapen wanneer zij daar behoefte aan hebben. De oudere kinderen gaan na het eten van de boterham, tussen de middag, naar bed.

In overleg met ouders gaan peuters ’s middags niet meer naar bed als ze daar geen behoefte meer aan hebben.

Voor het veilig slapen hebben we een protocol veilig slapen waarin werkinstructies zijn vastgelegd om zo ongelukken en wiegendood te voorkomen.

5.13 Eten en drinken

 

De maaltijd die wij bij Kinderopvang HIP niet verzorgen is het ontbijt. We gaan ervan uit dat ouders zelf zorgen voor een goed ontbijt, wat een belangrijk onderdeel is van de dagelijkse voeding van kinderen. In overleg worden de groentehapjes en potjes warm eten tot de leeftijd van 1 jaar gegeven. Deze worden dan wel zelf meegebracht door ouders.

 

Voor het eten van het fruit, en het eten van de boterham zingen we met elkaar het liedje ‘smakelijk eten’.

De pedagogisch medewerkers en kinderen eten met elkaar aan tafel en de pedagogisch medewerkers stimuleren zoveel mogelijk dat de kinderen aan tafel blijven zitten tijdens het eten.  Het is belangrijk dat het gezellig is aan tafel.

 

De kinderen eten de eerste boterham met een vorkje  (het bevorderen van de fijne motoriek) en de volgende boterham(men) uit het vuistje.

De kinderen eten hun eerste boterham met hartig beleg (kaas of worst) en de volgende boterham(men) mogen ze zelf kiezen wat ze op hun brood willen.

De kinderen krijgen pas een tweede boterham als ze de eerste op hebben.

Bij het eten drinken de kinderen (karne)melk.

Tijdens het eten is het de bedoeling dat er rust heerst, zodat ieder kind rustig zijn boterham op kan eten.

Korstjes opeten wordt gestimuleerd, maar wij laten  geen machtsstrijd ontstaan rond het eten.

Wanneer het kind nog niet zelfstandig kan eten krijgt het kind een slabber om.

 

De kinderen krijgen alleen verantwoorde tussendoortjes zoals een biscuitje, soepstengel, ontbijtkoek, krentjes of rijstewafel.

 

Tijdens het eten van het fruit en de tussendoortjes wordt er ook limonade gedronken. Het drinken wordt gestimuleerd, maar ook dit mag geen machtstrijd worden.

 

In de zomer wordt er meer gedronken om uitdroging tegen te gaan. Dit houden we erg goed in de gaten. Kinderen kunnen altijd water drinken als zij daar behoefte aan hebben en zullen dit bij warm weer ook vaak aanbieden.

 

Baby's krijgen het eten en drinken op het moment dat dit thuis gegeven wordt of op het moment van hun dagplanning. Vers fruit wordt door ons verstrekt (en zo nodig gepureerd). Het is de bedoeling dat ouders zelf de groente meegeven. Deze bewaren we afgedekt in de koelkast en zullen we opwarmen in de magnetron.

Ouders zullen zelf de baby flesvoeding meegeven. De voeding (in poedervorm) mag meegegeven worden in voedingstorentjes. Deze voedingstorentjes krijgen ouders van Kinderopvang Hip tijdens het intakegesprek.

 

Tijdens het intakegesprek wordt er ook gesproken over allergieën of dieet van het kind. Deze belangrijke gegevens worden omschreven op het intakeformulier en in het kinddossier geplaatst. Op deze manier is voor iedere pedagogisch medewerker duidelijk of er allergieën zijn of dat het kind een bepaald dieet heeft. Er komt ook een lijst in de groep te hangen waarop staat welk kind welk voedsel niet mag hebben! Zodat dit in één oogopslag voor de pedagogisch medewerkers duidelijk is. 

 

5.14 Borstvoeding en flesvoeding

 

Moeders die borstvoeding geven kunnen dat bij Kinderopvang Hip zelf doen.

Wij vinden het geven van borstvoeding erg belangrijk en zouden het jammer vinden  als moeders hiermee moeten stoppen, omdat er geen gelegenheid voor zou zijn.

In de groepsruimte bevindt zich een koelkast waar afgekolfde voeding bewaard kan worden. Afgekolfde voeding kunt u aan de pedagogisch medewerker geven of zelf in de koeling zetten met naam en datum erop. Wij beloven erg voorzichtig met de kostbare borstvoeding om te gaan.

Wanneer ouders afgekolfde voeding naar Kinderopvang Hip mee brengen, zorg dan dat deze voeding gekoeld vervoerd wordt. (bijv. koeltasje met koelelement)

Bij Kinderopvang Hip hebben wij een protocol met betrekking tot flesvoeding en borstvoeding. Dit protocol kunt u op verzoek meekrijgen van de pedagogisch medewerker.

 

Kinderopvang Hip beschikt over standaard flessen en spenen van Avent.

Ieder kind krijgt een nieuwe eigen fles bij de start van de opvang.

Indien de ouder voor het kind een andere fles of speen wenst, kan deze worden meegeven. De eigen fles en speen moeten duidelijk gelabeld zijn met de naam van het kind. Voor elk gebruik controleert de pedagogisch medewerker of fles en speen schoon en onbeschadigd zijn. Als dat niet het geval is, vervangt zij het materiaal. Flessen en spenen van Kinderopvang Hip worden iedere dag uitgekookt.

 

 

5.15 Zindelijkheid en toiletgebruik

 

We besteden aandacht aan het zindelijk worden als kinderen laten merken dat ze daar aan toe zijn, bijvoorbeeld doordat ze komen vertellen wanneer ze in hun luier hebben geplast. We nemen ze dan regelmatig mee naar het toilet.

Op die manier raken ze vertrouwd met de gang van zaken bij toiletbezoek, ook als ze zelf nog niet echt gebruik maken van de wc.

Het ondersteunen van de zindelijkheid gebeurt altijd in overleg met de ouders. De aanpak thuis en in de groep stemmen, voor zover mogelijk, op elkaar af.

Aan de ouders vragen we om hun kind gemakkelijke kleding aan te doen en om extra reservekleding mee te geven.

We stimuleren de kinderen om hun behoefte op het potje of het toilet te doen als ze daar aan toe zijn.

Van ‘ongelukjes’ maken we geen probleem.

Kinderen die volledig zindelijk zijn mogen zelf vanuit de groep naar het toilet gaan. De pedagogisch medewerkers houden wel altijd een oogje in het zeil.

Daarnaast houden de pedagogisch medewerkers het goed in de gaten of de kinderen de handen wassen en de wc doorspoelen.

Bij de zindelijkheidstraining krijgen de kinderen een kaart met hun naam er op. Telkens wanneer een kind naar de wc geweest is krijgt het kind een sticker.

Voor de BSO kinderen is er een toilet aanwezig welke afgesloten kan worden met een deur.

 

5.16 Verschoning

 

Wij hebben vaste verschoonmomenten binnen kinderopvang Hip.

Tussen 09.30 - 10.00

Tussen 11.30 tot 12.30

Tussen 15.00 tot 16.00

Rond 17.00 uur

Natuurlijk zullen wij zodra wij merken dat een kind ontlasting in de luier heeft of een volle luier heeft, deze direct verschonen.

Bij de kinderopvang zijn luiers aanwezig. Wij gebruiken Pampers.

Dit hoeven ouders niet zelf mee te brengen.

Tijdens het verschonen letten wij altijd op de hygiëne. Hierbij valt te denken aan het wassen van de handen en het reinigen van het verschoningskussen.

 

 

 

 

 

 

 

5.17 Verdriet en troosten

 

Kinderen krijgen de ruimte om hun emoties te tonen.

Soms is een kind boos omdat het een conflict heeft. Het kan ook voorkomen dat een kind verdriet heeft omdat hij/zij gevallen is.

Kinderen met verdriet krijgen ook de ruimte om aan te geven of zij getroost willen worden.

Verdriet wordt bespreekbaar gemaakt door bijvoorbeeld te zeggen: "vind je het erg dat mama weggaat?” in plaats van te zeggen “niet huilen, mama komt toch terug.”

 

Om kinderen te troosten is het bieden van geborgenheid en een gevoel van veiligheid het belangrijkste.

Dat kan bijvoorbeeld door het kind op schoot te nemen.

 

Vooral bij baby’s overleggen we veel met ouders over hoe we omgaan met huilen, slaapgewoonten enzovoort.

 

5.18 Huisregels

 

De huisregels bestaan uit een aantal zakelijke afspraken. In deze regels is vastgelegd wat ouders van ons en wij van de ouders mogen verwachten. Deze praktische afspraken bevorderen een veilige en vertrouwde opvang van de kinderen binnen Kinderopvang Hip. De huisregels ontvangt de ouder bij het intakegesprek.

 

5.19 Open deuren beleid

 

We hanteren bij Kinderopvang HIP af en toe het open deuren beleid. De hekjes van de groepen worden open gezet. Dit is met name geschikt voor de peuters. Een enkele keer worden de hekjes opengedaan zodat de kinderen in andere stamgroepen kunnen spelen. De omgeving moet voor alle kinderen veilig zijn en de pedagogisch medewerkers zijn vrij om aan te geven wanneer dit beleid niet wenselijk is. Dat kan bijv. in geval van een nieuw kind dat komt wennen. Het open deuren beleid is in te zien op onze locatie.

 

5.20 Stamgroepen kinderen

 

Een stamgroep ruimte is een vaste, bekende ruimte waar kinderen spelen, begeleid en verzorgd worden. Bij Kinderopvang Hip vindt de opvang van de kinderen plaats in stamgroepen. Een kind wordt opgevangen in 1 stamgroep, maar kan gedurende de week gebruik maken van maximaal 2 stamgroepruimtes. De ouders worden bij de intake op de hoogte gesteld tot welke stamgroep een kind behoort en welke beroepskrachten op welke dag aan de desbetreffende stamgroep zijn toegewezen.  Vooral jonge kinderen, hebben behoefte aan een bekende, veilige omgeving en stamgroepen bieden die veiligheid voor de kinderen.

Deze vertrouwde omgeving bestaat enerzijds uit de omgeving, de ruimte waar een kind verblijft, en anderzijds is het van belang dat mensen die het kind zien vertrouwd zijn; dit zijn de pedagogisch medewerkers en de andere kinderen van de groep.

In het geval van kinderopvang zijn dit bekende kinderen en bekende, vertrouwde Pedagogisch medewerkers.

 

5.21 Incidenteel samenvoegen/verlaten van stamgroepen

 

Tijdens vakanties of op dagen met een (structureel) lage bezetting mogen wij als kinderopvang groepen incidenteel samenvoegen, waarbij de voorwaarden zijn dat er van beide groepen pedagogisch medewerkers aanwezig zijn en dat er wordt voldaan aan een kloppende beroepskracht kind ratio. BKR. 

We streven ernaar om zoveel mogelijk de kinderen in hun vaste stamgroep op te vangen.

 

De stamgroep kan  tevens verlaten worden in onderstaande situaties:

  • Wanneer er sprake is van een lage bezetting op de groep(en), bijvoorbeeld tijdens vakantieperioden
  • Wanneer er door de ouders extra opvang is aangevraagd en dit, rekening houdend met de BKR, niet op de stamgroep te realiseren is
  • Indien er niet direct plaats is op de aangevraagde dagen of een gedeelte daarvan, wordt dit bij de aanmelding met de ouders besproken. Op een dergelijk moment wordt de mogelijkheid geboden om buiten de stamgroep om met de opvang te starten.
  • Bij het samen openen en sluiten aan het begin en het einde van de dag
  • Bij calamiteiten zoals bijvoorbeeld een eventuele ontruiming

 

Wij laten ouders hier voor tekenen bij de intake, zodat zij bekend zijn met dit gegeven.

6. Hygiëne en gezondheid

 

Hygiëne vinden wij op onze kinderopvang een belangrijk aspect.  Wanneer de pedagogisch medewerkers hygiënisch werken is de kans op overdracht van ziektekiemen het kleinst.

Het is dan ook van belang dat de verschoonruimte, het sanitair en het aankleedkussen na iedere verschoonronde met een ontsmettingsmiddel wordt gereinigd.

Bij Kinderopvang HIP dragen de ouders wegwerp slofjes om de schoenen, zodat de kinderen minder gemakkelijk met straatvuil in aanraking komen.

 

We maken het speelgoed regelmatig schoon.

Na het buiten spelen maken we de handen van de kinderen met washandjes schoon.

Na het eten van fruit, boterhammen en tussendoortjes worden de gezichten en handen met een voor ieder kind apart washandje schoongemaakt.

 

De kinderen leren we van jongs af aan omgaan en bekend worden met de hygiëne regels. Handen wassen na het toiletbezoek en voor het eten, hand voor de mond bij niezen, neus snuiten in een papieren zakdoekje en deze na gebruik weggooien in de prullenbak en gezicht wassen met een washand na het eten.

 

Aan het einde van de dag maken de pedagogisch medewerkers de groepen schoon.

 

We gebruiken ook een protocol voor Hygiëne en Veiligheid. Hierin staat beschreven wat en hoe er dagelijks schoongemaakt moet worden.

Daarnaast wordt bijgehouden wanneer, door wie en wat is schoongemaakt in een schoonmaakschema.

 

Voor het grote schoonmaakwerk is er een huishoudelijk medewerker werkzaam.

Deze medewerker is nooit aanwezig als kinderen aanwezig zijn, zij doet dit in de avonden.

6.1 Veilig spelen

 

Naast de spelkwaliteit van het speelgoed toetsen wij het speelgoed op veiligheid. Het speelgoed bij Kinderopvang Hip is veilig en van hoogwaardig kwaliteit. Dit betekent dat het speelgoed geen gevaarlijke stoffen bevat. Dit geldt ook voor materialen zoals verf, potloden en klei. In het kader van hygiëne wordt het speelgoed regelmatig gereinigd. Daarnaast wordt het regelmatig gecontroleerd. Speelgoed dat niet meer intact is, wordt onmiddellijk van de groep verwijderd.

 

7. Gezondheid en veiligheidsbeleid

 

Wij werken binnen onze kinderopvang met een gezondheids- en veiligheidsbeleid. Dit beleid waarborgt de veiligheid en gezondheid van de kinderen zoveel mogelijk. In de praktijk handelen wij ook zoals het in het plan is beschreven. Wij houden dit beleid ook actueel door het te bespreken in de vergaderingen. Het is een continu proces van opstellen, implementeren, evalueren en actualiseren.

De pedagogisch medewerkers leren de kinderen om te gaan met kleine risico’s. In het beleid staat beschreven hoe wij dat doen. Maar in het beleid staat ook beschreven hoe het risico op grensoverschreidend gedrag door zowel volwassen als kinderen zoveel mogelijk wordt beperkt.

Kinderopvang HIP wil de kinderen graag een gezonde en veilige omgeving bieden, waarin het de ruimte heeft om zich thuis te voelen en te ontwikkelen.

Gezondheid en veiligheid vormt dan ook een belangrijk uitgangspunt bij de inrichting van de ruimtes, de voeding, de activiteiten en de regels en protocollen die we hanteren.

 

Vanuit de wet Innovatie Kwaliteit Kinderopvang hebben wij een beleidsplan opgesteld ten aanzien van Veiligheid en Gezondheid waar alle medewerkers zich verantwoordelijk voor voelen. De belangrijkste aandachtpunten binnen het vormgeven van het beleid zijn:

  • het bewustzijn van mogelijke risico’s
  • het voeren van een goed beleid op grote risico’s
  • het gesprek hierover aangaan met elkaar en met de externe betrokkenen

Dit alles met als doel, een veilige en gezonde omgeving te creëren waar kinderen onbezorgd kunnen spelen en zich optimaal kunnen ontwikkelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

8. Ziekte

 

Bij ziekte volgen we de richtlijnen van de GGD (zie GGD map op de locatie).

We kunnen dan ook zo nodig de andere ouders  hierover informeren.

Eén van de belangrijkste regels is dat zieke kinderen (temperatuur boven 38.5 graden) of waarbij de ziekte een besmettingsgevaar voor andere kinderen opleveren in principe niet bij Kinderopvang HIP aanwezig zijn.

Zo wordt de kans op verspreiding van ziektekiemen minimaal gehouden.

 

Mocht een kind tijdens het verblijf ziek worden, nemen we contact met de ouders op en zullen we in overleg met de ouders bespreken wat voor het kind de prettigste situatie is en of het kind zo snel mogelijk opgehaald moet worden.

 

Bij het intakegesprek krijgen ouders een formulier mee waarop ze de telefoonnummers van privé, werk en van een vervangend persoon (achterwacht) in moeten vullen.

Dit omdat het erg belangrijk is dat we in ieder geval één persoon kunnen bereiken wanneer het kind ziek is geworden, en voor andere noodsituaties.

 

Kinderopvang HIP kan geen zorg op zich nemen voor kinderen die ziek zijn.

Een ziek kind voelt zich niet prettig in een ‘drukke’ omgeving en kan niet de aandacht krijgen die het nodig heeft, zonder dat dit ten koste gaat voor de andere kinderen van de groep.

 

Als een kind wegens ziekte thuisblijft, wordt dit tijdig doorgegeven aan de pedagogisch medewerker van de eigen groep. In geval van een besmettelijke ziekte is het van belang verdere besmetting te voorkomen. Het kind kan pas weer naar Kinderopvang HIP terug komen wanneer er geen besmettingsgevaar meer is voor de anderen.

 

Wanneer een kind thuis medicijnen heeft gekregen willen de pedagogisch medewerkers dit ook graag weten, zodat zij het kind extra goed in de gaten kunnen houden.

 

Wanneer een kind medicijnen van de dokter nodig heeft, geven de ouders middels het formulier medicijngebruik altijd schriftelijk toestemming voor deze medische handelingen.

 

9.  Huishoudelijk werkplan

 

Alle huishoudelijke taken van de pedagogisch medewerker zijn omschreven in het huishoudelijk werkplan. Er is duidelijk in een tijdschema aangegeven wat, en hoe er dagelijks schoongemaakt moet worden. Het huishoudelijk werkplan werkt mee aan een schone en hygiënische omgeving voor de kinderen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

10. Signaleren van afwijkend gedrag

 

Het is belangrijk dat pedagogisch medewerkers alert zijn op veranderingen in het gedrag van kinderen.

Als pedagogisch medewerkers vermoeden dat er iets aan de hand is, observeren we eerst het kind om het ‘probleem’ vast te stellen, alvorens het voor te leggen aan de ouders.

Pedagogisch medewerkers hebben een taak om hun bezorgdheid met ouders te delen. Het bespreekbaar maken kan al een geruststellend effect hebben op ouders. Bij lichte problematiek zal de pedagogisch medewerker in samenspraak met de manager ouders advies geven en/ of doorverwijzen naar het Centrum voor Jeugd en Gezin, consultatiebureau, de kinderfysiotherapeut, de logopediste of andere relevante instanties. In samenwerking met ouders en eventueel andere instanties kunnen we meewerken aan een oplossing van het ‘probleem’.

Door vroegtijdig bijsturen kan wellicht voorkomen worden dat er in een later stadium (ingrijpende) hulp nodig is. Ook kunnen wij gebruik maken van ons zorgplan of van de expertise van de pedagogisch coach. We zijn echter beperkt in onze mogelijkheden om speciale behandeling of ondersteuning te bieden aan individuele kinderen. Bij vermoeden van mishandeling geldt een ander plan van aanpak. Zie meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, welke inzichtelijk is op onze locatie.

 

Om te besluiten of er iets gedaan moet worden, is het belangrijk om eerst meer duidelijkheid te krijgen over het signaal. Daartoe dient het zorgformulier door de pedagogisch medewerker ingevuld te worden.

Ook is het noodzakelijk te overleggen met de leidinggevende en de rest van de teamleden. Na beantwoording van de vragen in het zorgformulier moet er een afweging gemaakt worden of het probleem werkelijk zorgwekkend is en welke stappen er te nemen zijn. (zie stappenplan van de Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wie

Actie

Tijdsplan

Signaleren

Pedagogisch medewerker

Problemen bespreken met collega's

Bespreken in teamoverleg (of zo nodig eerder een gesprek plannen)

Verhelderen

Pedagogisch medewerker

In overleg met de leidinggevende wordt beslist of er een gesprek met ouders moet komen om de zorg kenbaar te maken

Maximaal 2 weken na het teamoverleg

Gesprek met ouders

Pedagogisch medewerker, indien nodig met leidinggevende

Benoemen wat er is gesignaleerd. Vraag of ouders het herkennen en wat hun bevindingen zijn. Zorg uitspreken. Maak hierna een nieuwe afspraak met ouders

Maximaal 2 weken na het teamoverleg

Observeren

Pedagogisch medewerker en/of team

Observatie maken van het kind op de groep aan de hand van observatieformulieren. Het hele team houd opvallend gedrag bij en beschrijft de contactmomenten met ouders.

In de tussenliggende weken. Tussen het 1e en 2e gesprek met ouders

Vervolg gesprek met ouders

Pedagogisch medewerker, indien nodig met leidinggevende

Afspraken maken met ouders over gezamenlijke omgang t.a.v. opvallend gedrag van hun kind. Indien nodig wordt er extern hulp gezocht. Initiatief ligt bij de ouders. Pedagogisch medewerker biedt ondersteuning. Bespreek met ouders hoe je het contact houdt

Maximaal 2 weken na het vervolggesprek met ouders

Ouders willen geen hulp

Pedagogisch medewerker, indien nodig leidinggevende

Overleg altijd met de leidinggevende. Blijf in gesprek met ouders. Vraag je af of het wenselijk of noodzakelijk is dat er hulp wordt ingeschakeld. Bij direct gevaar altijd ingrijpen. Plan een nieuw gesprek met ouders, blijf ze informeren.

 

Evaluatie

Pedagogisch medewerker, indien nodig leidinggevende

Vooraf evalueren met team en leidinggevende daarna evaluatie met ouders

Maximaal 3 maanden na het starten van het plan van aanpak

Afsluiting

Pedagogisch medewerker, indien nodig met leidinggevende

Dossier afsluiten of doorverwijzen naar andere instanties

Afhankelijk van situatie, afspreken onder partijen in evaluatie

         

 

 

 

 

 

 

 

 

10.1 Welbevinden

 

De kinderen die gebruik maken van de kinderopvang worden tijdens de periode dat ze de kinderopvang bezoeken meerdere malen geobserveerd.

Dit gebeurd rond de leeftijd  1/ 2/ 3 jaar en een aantal weken voordat ze 4 worden. De oudere kinderen worden ieder jaar een keer geobserveerd 5/6/7/8jaar. Op deze manier volgen we het welbevinden van het kind, kunnen we daarbij aansluiten en kunnen er eventuele achterstanden vroegtijdig gesignaleerd worden, waarna daar adequaat op in gespeeld kan worden. De observatie wordt gemaakt aan de hand van observatielijsten voor het welbevinden van het kind.

Als de observatie bij de kinderopvang is afgerond worden ouders uitgenodigd voor een gesprek waarin de observatie wordt toegelicht. De observatieformulieren worden rond het afscheid van het kind overgedragen aan ouders. Wanneer een basisschool deze formulieren graag inziet voor de start van een nieuw kind, gaat dit altijd in overleg met ouders.

 

10.2 Overleggen binnen Kinderopvang Hip /Kindbespreking

 

Er zijn binnen onze kinderopvang verschillende overlegvormen. Zo hebben wij eens per 6 weken een teamvergadering met alle pedagogisch medewerkers en de directie. In dit overleg worden ook de kindbesprekingen meegenomen. Bijzonderheden rondom de kinderen worden besproken en vastgelegd. Zo nodig worden ouders op de hoogte gesteld van bijzonderheden die extra aandacht vragen van leidster en ouders.

 

Tijdens deze kindbespreking wordt de ontwikkeling van ieder kind besproken maar ook de acties die de pedagogisch medewerker de komende tijd met dit kind zal ondernemen.  Een kindbespreking verloopt volgens het volgende patroon: hoe gaat het met dit kind, waar heeft dit kind extra aandacht nodig, welke actie is ondernomen, wat ging goed en wat ging niet goed t.a.v. activiteit, kind, pedagogisch medewerker en wat is de volgende stap.

De oudercommissie overlegt 4 x per jaar en elk jaar houden de pedagogisch medewerkers 10 minutengesprekken met de ouders.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

10.3 Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

 

Sinds 2012 is de nieuwe Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling van kracht. Wij, als kinderopvang HIP, houden ons aan deze Meldcode. De Meldcode zorgt ervoor dat de pedagogisch medewerkers alert worden op signalen van mishandeling en stimuleert om er een melding van te maken.

De Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling is bedoeld voor iedereen die werkt met kinderen of volwassenen (professionals). Het is een stappenplan dat zij kunnen gebruiken als ze vermoedens van mishandeling hebben. De Meldcode bevat nu ook een afwegingskader toegespitst op de eigen beroepspraktijk, waarmee pedagogisch medewerkers kunnen afwegen of het noodzakelijk is een melding te doen bij Veilig Thuis. Dit betekent dat pedagogisch medewerkers in stap 4 en 5 van de Meldcode onder andere afwegen of er sprake is van acute of structurele onveiligheid.

De veiligheid van kinderen staat voorop in de kinderopvang. Het gaat immers om kinderen in een kwetsbare leeftijdsgroep. De leidinggevende en pedagogisch medewerkers in de kinderopvang hebben hier een grote taak in. De continue screening van medewerkers helpen daar bij. Hieronder een korte beschrijving over de meldcode en de meldplicht:

 

De meldcode is een overzichtelijk vijf stappenplan waarin staat beschreven wat een professional het beste kan doen bij een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling. De meldcode leidt de pedagogisch medewerkers en leidinggevende door het proces vanaf het eerste vermoeden tot aan het moment dat hij of zij moet beslissen over het doen van een melding bij Veilig thuis. Uiteraard worden ouders direct betrokken bij de eerste zorg die is ontstaan rondom hun kind.

We zijn ook verantwoordelijk voor de genomen stappen en worden hierop gecontroleerd. Dit houdt in dat er gekeken wordt of we werken met de meldcode maar ook dat er gecheckt wordt na een incident of we juist gehandeld hebben. Dit maakt direct een goede dossiervorming van groot belang.

 

Mocht de situatie te complex zijn en het kind schade oplopen door zijn/haar opvoedsituatie dan zal Kinderopvang Hip, stap 5 van de meldcode hanteren en melding doen bij Veilig thuis. Deze organisatie zal de zorg vanaf dat moment overnemen, zodat de pedagogisch medewerkers zich voornamelijk kunnen richten op het welbevinden van het kind. Om onze pedagogisch medewerkers te professionaliseren in het signaleren, handelen en communiceren met ouders hebben wij een training “signaleren en aanpakken Kindermishandeling” aangeboden.

 

De meldcode staat ook als vast actiepunt op onze agenda,  dit maakt dat we structureel met elkaar in gesprek blijven over de meldcode.

 

BOinK (Belangenvereniging van ouders in de kinderopvang) heeft een app in samenwerking met de branchepartijen uit de kinderopvang ontwikkeld, over de Meldcode. BOinK heeft zich een ambitieus doel gesteld: dat iedere pedagogisch medewerker en gastouder de app op zijn/haar telefoon installeert. Daarnaast moet op elke kinderopvanglocatie de app op minimaal één telefoon of tablet van de organisatie geïnstalleerd zijn. Dat maakt het raadplegen en eventueel toepassen van de meldcode nog laagdrempeliger. Bij Kinderopvang Hip is de app geinstalleerd op de Hip-telefoon.

 

 

 

 

10.4 Vertrouwenspersoon

 

Bij Kinderopvang Hip is een vertrouwenspersoon beschikbaar voor ouders en pedagogisch medewerkers die melding willen maken van een (vermoeden van) seksuele intimidatie of ander seksueel geweld ten aanzien van kinderen.

Het kan zijn dat ouders daarvoor niet direct naar de pedagogisch medewerker toe willen of kunnen stappen en wel behoefte hebben aan een vertrouwenspersoon. Hierbij kan het gaan om allerlei zaken waarvan u het belangrijk vindt dat deze vertrouwelijk besproken worden, de gespreksonderwerpen zijn bewust niet afgebakend. Een vertrouwenspersoon heeft geheimhoudingsplicht en zal nooit iets ondernemen zonder dat u daarmee heeft ingestemd. Een melding kan te allen tijde anoniem gedaan worden. De vertrouwenspersoon zal u aanhoren en in overleg met u bepalen welke vervolgstappen er ondernomen zullen worden.

Voor vertrouwelijke zaken kunt u terecht bij onze externe vertrouwenspersoon mw. Bianca Wegbrands. Zij is afgestudeerd integratief (kinder) therapeut en werkt volgens de gedragsregels en geheimhoudingsplicht.

 

10.5 Aandachtsfunctionaris Kindermishandeling en huiselijk geweld

 

De aandachtsfunctionarissen kindermishandeling zijn Martine (eigenaresse) en Patrick (eigenaar) Zij hebben een centrale en adviserende rol in de stappen rond het signaleren en handelen bij vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling in huiselijke kring. Zij waarborgen het onderwerp huiselijk geweld en kindermishandeling binnen Kinderopvang Hip. Zij zijn deskundig in het signaleren, handelen en delen van zorg en op de hoogte te zijn van de werkwijze van de meldcode en de afspraken binnen de eigen organisatie. De aandachtsfunctionaris heeft tevens contact met externe partijen als bijvoorbeeld Veilig Thuis.  De meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is in te zien op de locatie.

 

  1. Afnemen van extra dagdelen

 

Een extra dagdeel/dag kan door ouders van te voren worden aangevraagd. Het is de bedoeling dat het formulier met aanvraag ingeleverd wordt op de groep.

Soms hebben ouders behoefte aan extra dagdelen opvang bij Kinderopvang Hip. Dat is uiteraard mogelijk. Dit heeft echter wel gevolgen voor de bezetting op de groep. Daarom moet ten allen tijden de kind-leidster-ratio kloppend zijn op de groep. Als bij de pedagogisch medewerkers duidelijk is of dit mogelijk is zal dit terug gekoppeld worden naar ouders.

 

11.1 Ruilen van dagdelen

 

Ruilen van een dagdeel betekent dat het kind een ander dagdeel niet bij Kinderopvang Hip komt spelen.

Ziektedagen kunnen niet worden geruild!

Wanneer het kind een dagdeel niet bij Kinderopvang Hip komt, kunnen ouders d.m.v het ruilformulier een aanvraag doen om desbetreffende dagdeel te ruilen.

Wanneer het kind niet tijdig wordt afgemeld, kan er niets geregistreerd worden en kan deze dag niet gebruikt worden voor een ruildag.

Een dagdeel ruilen kan alleen als de bezetting en planning op de groep het toelaat. Als een ruiling betekent dat er extra personeel voor ingezet moet worden kan een ruiling niet doorgaan.

Ruilingen zijn toegestaan binnen twee maanden na de gemiste dag(delen)

Het ruilen van een dagdeel is kindgebonden en wanneer de opvang eindigt, vervallen alle nog openstaande dagdelen om te ruilen.

12.  Corrigeren en belonen

 

Voor een kind is het belangrijk om te weten waar de grenzen liggen.

Grenzen bieden een kind veiligheid en daarmee ook rust.

Een kind leert die grenzen kennen door duidelijk en consequent optreden van de pedagogisch medewerker. Jonge peuters weten al snel wat wel en niet mag, maar vinden het nog moeilijk om zich aan bepaalde regels te houden.

Daarbij hoort in deze leeftijdsfase juist ook het opzoeken van grenzen. Op een bepaalde leeftijd kunnen kinderen de regels ook toepassen zonder dat de pedagogisch medewerker steeds bijspringt. Door kinderen aan te spreken op hun gedrag leren zij de consequenties te ervaren van dat gedrag, Bij kinderopvang Hip benaderen we de kinderen positief en proberen de woorden “nee”en “niet” zoveel mogelijk te vermijden. We zorgen voor structuur op de groep, zodat kinderen weten waar ze aan toe zijn. We belonen het kind bij gewenst gedrag en om kinderen een positief zelfbeeld te geven.

 

We belonen door te benoemen wat het kind zo goed heeft gedaan , door het geven van complimenten, een aai over de bol, een glimlach, een knuffel of het geven van exclusieve aandacht van de pedagogisch medewerker door bijvoorbeeld samen een spelletje te spelen. Door het kind positief te benaderen krijgt het kind zelfvertrouwen waardoor hij/zij zich goed kan ontwikkelen.

 

Als het kind na een waarschuwing, nog steeds ongewenst gedrag toont, dan zal het kind hier op aangesproken worden. Pedagogisch medewerker blijft rustig en kijkt het kind aan. Wanneer het kind door blijft gaan wordt het even apart gezet, even weg van de situatie. We spreken kinderen aan op hun gedrag, niet op wat of hoe ze zijn.  

13.  Inspraak van kinderen

 

Bij kinderparticipatie staat het serieus nemen van de meningen en wensen van kinderen centraal.

Om kinderen van alle leeftijden mee te laten participeren, wordt op verschillende manieren gewerkt aan kinderparticipatie. Kinderparticipatie stimuleert kinderen zich te ontwikkelen tot zelfstandige individuen met zelfvertrouwen en vertrouwen in de wereld om hen heen.

Zij leren op te komen voor zichzelf, te onderhandelen en leren dat hun mening er werkelijk toe doet. Kinderen worden bijvoorbeeld uitgenodigd mee te denken over thema’s en de invulling van de bijbehorende activiteiten, de aanschaf van nieuwe materialen en de indeling van de groepsruimte.

Maar ook bij het opstellen of wijzigen van leefregels kunnen de oudere kinderen meedenken.

Wij zorgen bij Kinderopvang Hip voor een vertrouwde sfeer, waardoor elk kind het gevoel heeft dat zijn mening telt.

Het is makkelijker om rekening te houden met de mening van oudere kinderen dan met de mening van baby’s. Baby’s kunnen niet verwoorden wat ze wensen, maar uit hun mimiek, expressie en lichaamshouding kan je dat wel afleiden.

 

  1. Voertaal

 

Binnen Kinderopvang Hip spreken wij alleen Nederlands met de kinderen.

15. Oudercommissie

Kinderopvang Hip vindt het belangrijk om de hoogste kwaliteit te bieden aan kinderen en hun ouders. Bij ons staan het kind en ouders centraal. Wij willen maatwerk bieden en om dit optimaal te realiseren is het contact met de ouders van onze kinderopvang van groot belang. In de oudercommissies maken we de kwaliteit van de opvang bespreekbaar.

Wat is een oudercommissie? 
De oudercommissie is een commissie voor ouders die hun kind(eren) naar kinderopvang Hip brengen en die een verzwaard adviesrecht hebben. Personeelsleden en leidinggevende kunnen geen lid zijn ook niet indien zij ouder zijn van een kind dat de kinderopvang bezoekt. De oudercommissie bestaat uit minimaal 3 en maximaal 5 leden. Het doel van de oudercommissie is dat ze de belangen van de kinderen en ouders van kinderopvang Hip zo goed mogelijk behartigen en de ouders vertegenwoordigen. Tevens fungeert de oudercommissie als aanspreekpunt voor de ouders en de leidinggevende en zorgt voor een goede en heldere informatieverstrekking aan de ouders. De leden van de oudercommissie hebben leuke contacten onderling en maken tevens kennis met andere ouders, zijn meer betrokken met hun kinderdagverblijf en laten uiteraard hun stem horen en de wensen/behoeftes van de andere ouders. Wij waarderen het ook zeer als ouders actief met ons meedenken, want uiteindelijk gaat het erom dat ouders tevreden zijn.

Wij hebben een reglement oudercommissie. De oudercommissie mag haar eigen werkwijze bepalen. De oudercommissie heeft inspraak op de volgende zaken:

  • het pedagogisch beleid dat wordt gevoerd
  • voedingsaangelegenheden van algemene aard
  • het algemene beleid op het gebied van opvoeding, veiligheid en gezondheid
  • openingstijden
  • vaststelling en regeling klachtenafhandeling
  • wijzigingen van de prijs

Ouders krijgen tijdens het intakegesprek een informatiemapje mee. Hier zal ook wat uitleg over de oudercommissie in staan. Op deze manier zijn ouders op de hoogte en kunnen zij zich aanmelden als lid van de oudercommissie.

 

 

 

 

 

 

 

 

16. Klachten en geschillen

 

Kinderopvang Hip heeft in het kader van de Wet kinderopvang een interne klachtenregeling opgesteld. Deze regeling beschrijft de werkwijze bij het behandelen en registreren van klachten van ouders. Bij voorkeur maken ouders/verzorgers een klacht eerst bespreekbaar bij de direct betrokkene. Leidt dit niet tot een bevredigende oplossing, dan kan een formele klacht ingediend worden. Afhankelijk van de klacht kan deze worden ingediend bij de eigenaresse Martine Velthuis. Zij is op de locatie aanwezig of te bereiken per email: info@kinderopvanghip.nl.

Een formele klacht wordt schriftelijk ingediend. 

Mocht interne klachtafhandeling niet leiden tot een bevredigende oplossing dan staat ouders de weg vrij naar informatie, advies en mediation bij Klachtloket Kinderopvang, gevestigd in Den Haag. www.klachtenloket –kinderopvang.nl of aanmelding van het geschil bij de Geschillencommissie www.degeschillencommissie.nl

In sommige gevallen is het van belang de klacht rechtstreeks in te dienen bij de Geschillencommissie.  Het reglement van de Geschillencommissie kunt u op de locatie inzien.

17. Inspectierapporten

 

De afdeling Hygiëne en Inspectie van de GGD houdt toezicht op de kwaliteitseisen in de kinderopvang. De inspecteur van de GGD beoordeelt in principe jaarlijks of onze kinderopvanglocatie voldoet aan de eisen van de Wet kwaliteit kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Er worden verschillende domeinen onderzocht, waaronder pedagogische kwaliteit en de kennis van protocollen waar wij mee werken.

 

Kinderdagverblijf Hip is opgenomen in het landelijk register kinderopvang onder het nummer: 335756621 (kdv) en 109422211 (bso)

 

De meest recente inspectierapporten kunt u terug vinden op onze website.

18. Privacy

 

Alle gegevens van de kinderen en hun gezin die in ons bezit zijn, worden zorgvuldig bewaard. Alleen de pedagogisch medewerkers en de directie hebben inzage in deze stukken. De zakelijke informatie is alleen ter inzage voor de directie. Ouders wordt tijdens het intakegesprek gevraagd op een formulier toestemming te geven voor het plaatsen van foto’s op onze site en/of facebook.